|
|
||||||
|
|
Op deze plaats verschijnt van tijd tot tijd een boekbespreking. Deze staat los van de verenigingsactiviteiten. Heeft u ook een boek ter bespreking, dan kunt u contact opnemen met de van deze website.
Régis Jauffet (1955) gold al enkele jaren als de absolute
geheimtip van de Franse letteren. In 2005 won hij met zijn dertiende roman
Gekkenhuizen! de Prix Fémina. Na dit boek schreef hij op tien maanden
tijd het meer dan duizend bladzijden tellende Microfictions (2007). De
eeuwige belofte wordt nu aangezien als een groot schrijver. (Régis
Jauffret, Gekkenhuizen!, Arbeiderspers, 196 blz., vertaald door Martin
de Haan en Rokus Hofstede.)
|
|
Boekbespreking juni 2008
Boekbespreking april 2008
Boekbespreking februari
2008
Boekbespreking december
2007
‘Mijn naam is Brodeck en ik heb er niets mee te maken. Laat dat duidelijk zijn. Dat moet iedereen weten.’ Meteen is de toon gezet: het laatste boek van Philippe Claudel schetst haarfijn tot welke gruwelijkheden mensen in staat zijn om zichzelf te redden, maar bovenal laat hij zien hoe liefde de kracht geeft te volharden, tegen alle angst in. ![]() Het verhaal dompelt de lezer opnieuw onder in de troebele oorlogssfeer. Daar waar het bij zijn vorig boek Grijze zielen ging over de Grote Oorlog (1914-1918) wordt nu het kader gekozen van de Tweede Wereldoorlog. Opnieuw vertrekt het verhaal vanuit een fait divers: in een dorpje zonder naam, wordt een man zonder naam het slachtoffer van een collectieve moord. Brodeck, die niet heeft deelgenomen aan de moord – ik heb er niets mee te maken – wordt belast met het schrijven van een verslag. De Erweckens Bruderschaf ofte <>De broederschap van het ontwaken, waarvan niemand precies weet wanneer het is opgericht, wat de doelstellingen zijn en wie er toe behoren, geeft hem die opdracht bij monde van Orschwir, de burgemeester. Zij dwingen hem het verslag te schrijven omdat hij weet hoe hij moet schrijven en omdat, als hij het vertelt, het door iedereen zal geloofd worden. Brodeck heeft inderdaad een gave. Spreken over zijn diepste gedachten was hem nooit gemakkelijk afgegaan. Hij schreef liever. Hij had dan het gevoel dat de woorden braaf naar hem toekwamen en als kleine vogeltjes uit zijn hand aten en hij kon doen met ze wat hij wilde! Het verslag dat Brodeck moet neerschrijven gaat over de Ereignies, een woord uit de streektaal, een spookachtig, in nevelen gehuld woord dat min of meer ‘dat wat gebeurd is’ betekent. Door sec neer te pennen wat er precies gebeurd is, moet hij zijn dorpsgenoten een alibi voor hun wreedheid verschaffen. Het lot dat zij voorbehouden hebben voor de Anderer, een vreemdeling, een bizar personage dat uit het niets is neergestreken in het dorp, zal inderdaad wreedaardig blijken te zijn. De Anderer werd ook bedacht met allerlei namen zoals ‘Vol-oog’ vanwege zijn uitpuilende ogen, of ‘de Mompelaar’ omdat hij zo weinig sprak of nog ‘Maanman’ omdat hij er altijd uitzag alsof hij er was en tegelijkertijd ook niet. Voor Brodeck was hij altijd de Anderer, niet alleen omdat hij van elders was gekomen, maar ook omdat hij anders was, en dat was iets wat hij herkende. Naarmate zijn verslag vordert, geeft Brodeck het een andere invulling en schrijft hij over zijn eigen ‘anders zijn’.Brodeck was dertig jaar geleden als kind van vermoedelijk joodse ouders na een pogrom op de kar van een oude vrouw, Fedorine, in het dorp aangekomen. Er werd hen een berghut ter beschikking gesteld. Het was een tijd waarin men nog niet bang was voor vreemdelingen. Hij was verstandig en leerde snel. Hij werd dan ook naar de hoofdstad gestuurd om te studeren. Na de Kristalnacht keerde hij terug met een vrouw Emélia. Wanneer een tijdje later de Fratergekeime, het dorp bezetten, wordt hij, omwille van zijn ‘anders zijn’ aan hen uitgeleverd. Brodeck wordt weggevoerd naar een kamp (Auschwitz?) dat hij overleeft eerst als Schiezeman (‘Strontman’), later als hond Brodeck aan de leiband van een bewaker. Ondanks zijn terugkeer naar het dorp als overlevende, voelt hij dat hij zijn waardigheid in het kamp is verloren. Hij komt er ook achter wat zijn vrouw is aangedaan tijdens zijn afwezigheid. Langzamerhand bekruipt hem het gevoel dat hij misschien niet zo thuis is onder zijn dorpsgenoten als hij tot dan toe had gedacht. Om zijn verslag over de Ereignies te schrijven, ontmoet Brodeck alle belangrijke personages van het dorp en ontdekt zo hun geheimen en wreedheid. De Anderer, iedereen is het erover eens, moest verdwijnen want wie zich wil handhaven in deze gemeenschap moet kunnen zwijgen. Wie dat zwijgen doorbreekt, rijt oude wonden open! En dat had de vreemdeling nu juist niet gedaan. De portretten die hij had gemaakt van sommige dorpsbewoners waren wonderlijke onthullingen die de diepste aard van de mensen aan de oppervlakte brachten. Daarom moest hij sterven, zijn dood was onvermijdelijk. Als het verslag klaar is geeft Brodeck het aan de burgemeester. Hij wordt geloofd: Je schrijft goed, Brodeck, we hebben ons niet vergist in onze keuze. Meteen wordt hij er ook aan herinnerd dat wat er gebeurd is nu tot het verleden, de dood, behoort en dat waar het nu om draait het leven is. Jij, Brodeck, jij die bent teruggekeerd van waar men niet terugkeert, moet dit beter weten dan wie ook. Het is tijd om te vergeten. Dat hebben de mensen nodig. Ondanks alles koos en kiest Brodeck om te blijven leven en zijn leven is zijn straf. Zijn straf is al het lijden dat hij heeft moeten ondergaan. Zijn straf was ‘Hond’ Brodeck en is de stilte van zijn vrouw Emélia. Claudel behoeft niet meer dan dat kleine verhaaltje in die bedompte gemeenschap om het hele wereldtoneel te schetsen. Het is een ooggetuigenverslag vanuit het donkere hart van een mensengemeenschap, voer voor wie de herinnering boven het laffe vergeten verkiest. Het verhaal is geloofwaardig: het dorp en het dagelijks leven, de natuur, de kleuren zijn met een fijn penseel getekend. Men leest geen Claudel meer, men leest Brodeck. Een gruwelijk mooi verhaal, indringend, beklemmend en pijnlijk herkenbaar. Philippe Claudel (1962) schrijft romans, filmscenario’s en verhalen. Zijn verhalen werden onderscheiden met de Prix Goncourt. Voor het inmiddels verfilmde Grijze zielen (2003) ontving hij de Prix Renaudot. Het verslag van Brodeck werd genomineerd voor de Prix Goncourt en won de Prix Goncourt des Lycéens. Philippe Claudel, Het verslag van Brodeck, De Bezige Bij, Amsterdam,2008, 333 pp, ISBN 978 90 234 2791 9 Recensie door Sonja De Schaepdryver
|
||||