Beginpagina
Fanf

Link naar de ledensite (alleen voor NVLR-leden)

Verenigingsinformatie


Fiscaal/Jur. pag.

Nieuws
In de regio
Links

Neem per e-mail contact op met



Het weer in de Languedoc- Roussillon:

[het weer]


[NVLR]

NieuwsNed

Een selectie van artikelen uit NieuwsNed nr 68 september 2011

 
Elvis dans la vigne

door Rob van Doorn

Je kunt mij nu niet bepaald een Elvis Presley-fan noemen. Vijfenvijftig jaar geleden, in mijn pubertijd, was dat wel anders. Ik had toen het gevoel dat zijn muziek mijn leven veranderde. Elvis had de rock-‘n-roll uitgevonden en dat was niet alleen een nieuw soort muziek, dat was een totaal andere manier van leven. Weg met die duffe vijftiger jaren mentaliteit en weg met die slappe ballroommuziek! Jammer dat Elvis na een aantal jaren afzakte naar het middle-of-the-road genre. Maar de rock-‘n-roll uit zijn beginperiode heb ik nog steeds in mijn hart gesloten.

Ik schrok mij dan ook rot toen ik op 16 augustus 1977 op de autoradio hoorde dat de King of Rock-‘n-Roll dood in zijn badkamer was aangetroffen. Ik was op weg naar mijn werk in Rotterdam en reed net voor de Heinenoordtunnel. Ik wist dat er in de tunnel geen radio-ontvangst was en ik wilde natuurlijk meer horen over de dood van mijn vroegere idool. Op het nippertje kon ik voor de tunnel de laatste afrit naar het tankstation inrijden. Ik heb daar bij dat tankstation misschien twee minuten gestaan, beslist niet langer. Het nieuws was nog zo vers dat er nauwelijks andere informatie beschikbaar was dus ging ik maar weer snel op weg naar mijn werk. Maar deze twee minuten bij dat tankstation hebben toen mijn leven gered.

Mijn kantoor bevond zich boven een loods aan één van de kades waar zeeschepen gelost en geladen werden. Toen ik de deur van mijn kantoor opende, blies een stofwolk mij bijna omver. Luttele seconden ervoor waren de trossen, waaraan een tonnenwegende duikersklok hing, geknapt. De havenarbeiders hadden kennelijk het gewicht van het gevaarte, dat van een marineschip kwam, onderschat. De duikersklok was door de buitenmuren van mijn kantoor gegaan alsof ze van papier waren, kwam vervolgens bovenop mijn bureau terecht en zakte daarna door de vloer waar acht meter lager het gehele meubilair van mijn kantoor tot de dikte van een cent was gereduceerd.

In al die jaren heb ik nooit meer aan dit voorval gedacht totdat ik vorig jaar een affiche zag waarop een herdenkingsconcert voor de drieëndertigste sterfdag van Elvis werd aangekondigd. Een Franse Elvis en zijn band zouden in de wijngaard van een bekend domaine, ergens bij ons in de omgeving, optreden. Toen ik dat las, realiseerde ik me dat ik door zijn dood drieëndertig prachtige jaren had kunnen meemaken. Dat moest ik maar eens met gepaste eerbied herdenken en ik bestelde kaartjes voor het evenement. Eerst zou er een ‘dégustation’ van de wijnen van het domaine zijn, daarna het concert en tot besluit een maaltijd.

Bij aankomst bleek de gerooide wijngaard, die als parkeerplaats diende, al propvol te staan en moest ik mijn auto op grote afstand langs de toegangsweg parkeren. Ik was net uitgestapt of het begon te regenen. Niet zo maar een buitje, de regen viel met bakken uit de hemel en het bliksemde en donderde alsof het einde der tijden was aangebroken. Iedereen vluchtte naar de wijncave om te schuilen. Daar stonden we dan, samengeperst als haringen in een ton en het bleef maar regenen en onweren. De organiserende ‘vigneron’ riep dat, zolang het regende, het concert niet kon beginnen. De elektronische apparatuur was niet bestand tegen de regen maar volgens de meteo zou het noodweer hoogstens een uurtje aanhouden. Hij nodigde iedereen uit om ondertussen zijn excellente wijnen te savoureren. Hij vroeg speciale aandacht voor zijn wijn ‘Terrasses du Larzac’ die met een vermelding in de wijnbijbel ‘Guide Hachette’ was opgenomen. Hij had het nog over de smaken van zoethout, peper en rood fruit maar niemand luisterde meer. Het publiek, veel getatoeëerde oudere rockers met grijze paardenstaarten en vrouwen in, voor hun leeftijd, veel te korte denimrokjes, rukten op naar de plaats waar de glazen werden gevuld. De ‘vigneron’ en zijn vrouw konden niet snel genoeg inschenken. Sommigen hadden zo’n dorst dat ze de fles uit hun handen rukten en aan de mond zetten. Zo savoureren rockers wijn! Na een uurtje was het nog niet droog, de stemming begon er echter goed in te komen. Na twee uur regende het nog even hard maar het publiek vermaakte zich opperbest. De rockers maakten een kabaal dat horen en zien je verging. Toen het na bijna vier uur nog steeds regende, werd het concert en het diner officieel afgelast en was de wijnvoorraad in de cave uitgeput. Zeker de helft van de aanwezigen kon niet meer op de benen staan. Niemand had de Franse Elvis en zijn band gehoord of gezien maar ik had niet de indruk dat iemand ze had gemist. Ik ben die avond gelukkig goed thuis gekomen en dat dank ik aan mijn beschermengel Elvis die me weer allerlei narigheid had bespaard. Op weg naar huis, vlakbij het wijndomaine, kwam ik in een uitgebreide alcoholcontrole terecht. Er stonden zeker tien gendarmes maar ik mocht zonder een blaastest te doen, doorrijden. Later hoorde ik dat veel concertgangers de nacht in hun auto hadden moeten doorbrengen omdat deze in de modder van de gerooide wijngaard was blijven steken. De volgende dag moest een tractor ze er uit trekken. Maar wat een herdenking had ik meegemaakt! Elvis zou er van genoten hebben. Pure rock-‘n-roll!

Een paar weken geleden duwde iemand mij in een winkelstraat in Montpellier een folder in de handen met de tekst: ‘De pub ‘Mozart’ herdenkt op 16 augustus dat Elvis Presley 34 jaar geleden is gestorven. Karaoke! Origineel Elvis-eten en -drinken! Prachtige prijzen voor bezoekers gekleed in de mooiste Elvis-jumpsuites! Komt allen!’

Ik denk dat ik dit jaar op 16 augustus toch maar ga jeu-de-boulen met de oude knakkers uit mijn dorp.

Hoe eer je een miljoen gevallenen voor (la patrie' ?

Monuments aux morts 1914-1918

door Marius van de Ven
Toen de oorlog van 1914-1918 op 18 november was afgelopen rouwden de families van meer dan een miljoen jonge mensen. En de gemeenschap? Hoe verwerk je die verschrikkelijke gebeurtenis? Er is tijd nodig om je te realiseren wat er gebeurd is en een passende vorm en taal te vinden. Als u door uw dorp of stad 109pt zult u altijd een monument aux morts vinden. In de jaren '20 en '30 werden er meer dan dertigduizend opgericht.

In ons dorp, Saint Martin de Villeréglan, staat een Klein monument. De mens en die er woonden waren niet rijk. Misschien ook hadden ze niet zo'n sterk patriottisch gevoel of waren ze te verdrietig om zich met een ambitieus gedenkteken bezig te houden. We weten het niet. Er om heen staat een hek. Binnen dat hek mogen alleen veteranen komen.

De overheid en bedrijven stelden prospectussen samen waaruit communes een model konden kiezen. Dat was natuurlijk goedkoper, omdat ze in serie werden gemaakt, maar ook ontstond daardoor, bewust of onbewust, enige uniformiteit in vorm en taa1. Je mocht als commune ook zelf een ontwerp laten maken; dat moest dan door een departementale commissie worden goedgekeurd.

Als men voor een verhaal koos, mocht dat natuurlijk niet te realistisch zijn; geen zichtbare wonden, soldaten in het prikkeldraad, muitende soldaten. Een stervende soldaat kon wel maar dan onder een vlag of naast een doodskist. Koos men voor een symbool dan was dat meestal een palmtak, die voor de overwinning en onsterfelijkheid staat, een vrouw die de overwinning of het
vaderland uitbeeldt of rouwt om haar gestorven kind. Wapens zien we vooral in combinatie met soldaten. rn Pieusse staat zo’n monument.Christelijke elementen waren minder gewenst; dat stuitte tegen het 'republikeinse levensgevoel'.

En de taa1. De taal van de rouw moest verheven zijn, passen bij het patriottisme van die tijd. De oorlog was niet zomaar een oorlog; het was de Grande Guerre, een heroïsche gebeurtenis, getekend door glorieuze veldslagen. Het waren de kinderen van Frankrijk, van het vaderland, die pour la patrie viel en op het veld van eer. Hun opoffering zou Frankrijk bevrijden.

Nu, na die gewelddadige 20e eeuw, doen zulke woorden alleen nog vreemd en overdreven aan. De doden van de Tweede Wereldoorlog, Algerije en Indo­China worden niet meer zo herdacht. Het lijkt soms wel of hun namen per ongeluk op de monumenten terecht zijn gekomen.

Vorm en taal, zeiden we, maar ook geld. In 1919 tekende president Poincaré de Wet "betreffende de herdenking van en eerbetoon aan de doden die voor Frankrijk gedurende de grote oorlog zijn gevallen." De wet ging in eerste instantie om een bijdrage in de kosten van een monument. Maar ook vanwege het
taalgebruik is hij interessant.

Artikel 1. De namen van de strijdenden van de landmacht en zeemacht die onder de plooien van het Franse
vaandel gedurende de oorlog van 1914-1918 hebben gediend en voor Frankrijk zijn gevallen worden in de
registers van het Panthéon opgenomen "
Artikel 2 zegt dat dit ook voor enkele andere groepen geldt.
Artikel 3. De staal stelt elke gemeenschap een gulden boek ter hand waarin de namen van de strijdenden
van de landmacht en zeemacht zijn vermeld die zijn gestorven voor Frankrijk en geboren zijn als inwoner
van de gemeenschap .....
Artikel 4 gaat over het nationale herdenkingsmonument.
Artikel 5. Door de staat zullen aan de gemeenschappen bijdragen worden verstrekt die zich verhouden met.
de inspanningen en opofferingen die zij op zich nemen om de he/den die gestorven zijn voor het vaderland te eren. .....
Artikel 6. Elk jaar zal binnen elke gemeenschap op 1 of2 november een ceremonie plaatsvinden die gewijd
is aan de herinnering van en het eerbetoon aan de helden die voor het vaderland zijn gestorven ....
Artikel 7 gaat over het grondgebied waarbinnen de wet geldt.

Was getekend: R. Poincaré

Dan worden in de loop van de jaren de monumenten onthuld. Zomaar een krantenverslag uit 1928:
"De burgemeester neemt het woord. Hij feliciteert het comité voor de oprichting van het monument dat herinnert aan de droeve bladzijden van onze geschiedenis ..... en hij noemt de dappere tegenstand van de Franse troepen tegenover de vijand. Hij spreekt over moed van de Fransen rond de vlag, hij brengt hulde
aan de vrouwen, aan de bejaarden en de kinderen die met hun inspanningen hun legers hebben gevoed. Dit monument moet worden geëerd_want het roept de moed van onze soldaten en de grootsheid van de zaak
die zij hebben verdedigd in herinnering" .

En tenslotte: men wilde ook naar de toekomst kijken. Een burgemeester, ook in 1929, praat ni et alleen
over Frankrijk en de Grande Guerre. "Une victoire qu'ils payèrent de leur sang, réduite à néant, pendant que des esprits égarés proclament bien haut qu'il faut, pour éviter le retour du terrible fléau, jeter l'oubli, et même le mépris, sur toutes les victimes de la grande tourmente, et accusent d'idées belliqueuses quiconque veut se rappeler. Pourtant, s'il faut détester la guerre de toute notre âme, nous devons aimer ceux qui l'on faite".

Over dit alles valt veel meer te zeggen. We bereiden een uitgebreide publlcatie voor en zijn u dankbaar als u foto s wilt mailen. Adres: mariusven@orange.fr

 

Terug naar laatste NieuwsNed

Een verrassende boerenmarkt in Montfort-sur-Boulzane
Wilko Kronemeijer: een Friese geitenboer in Frankrijk

door Adrien Vos

De tocht naar de boerenmarkt in de Pyrenées-Orientales voerde door kleine bergdorpjes en eindigde tenslotte hoog op een berg. De middagzon brandde door de voorruit, de airco werkte op volle toeren. Zelfs op 1200 meter hoogte werden we door een klamme deken omwikkeld toen we de auto op een wei achterlieten en het pad naar de boerderij op liepen. De eerste van een rij kraampjes met boerenproducten dook op. Alles van het varken; zelfgedraaide worsten, gedroogde hammen en voorverpakte vleeswaren naast potjes leverpastei. Als je wat had gekocht mocht je het in de koelkast van de varkensboer laten leggen tot het tijdstip van de terugreis.
Achter de ‘porc’-kraam verschenen stalletjes met honing, wijnen, ijs van boerenmelk, jam, vruchtensappen en ingemaakt fruit en tenslotte een kraampje met geitenkaasjes: Les Chamoises. Op mijn beste Frans groette ik de vrolijke kraameigenaar en vroeg hem wat de naam betekende. Natuurlijk verraadde mijn tongval mijn Nederlandse afkomst, maar ik had niet verwacht dat het antwoord ook in het Nederlands werd gegeven. “Chamoises, mijnheer, is de verzamelnaam van een oud geitenras.”
Hij bleek Wilko Kronemeijer te heten en hij kwam uit het Friese Witmarssum. Ik werd nieuwsgierig. “Hoe komt nou een Fries terecht in een Franse geitenhouderij annex ambachtelijke geitenkaasmakerij?” Wilko was heel bereidwillig om mij zijn levensverhaal uit de (kaas-)doeken te doen. Tussen het bedienen van de bezoekers aan zijn kraam door vertelde hij dat hij in 1988 samen met zijn toenmalige vriendin naar Frankrijk was getrokken om in de vakantie wat seizoenswerk te doen. In Nederland had hij op de MTS weg- en waterbouwkunde gestudeerd en daarna nog een jaar op de HTS bouwkunde, maar daarna was de studiezin over. Het Franse avontuur sprak hem meer aan en na die vakantie bleef hij in Frankrijk hangen.
“Ik heb heel wat tijdelijk werk verricht. Eerst in Cap d’Agde en Marseillan, later in een hotel in Lunel. Daar leerde ik mijn huidige vriendin Rachel kennen. Zij bracht mij in contact met het leven op het platteland, want zij wilde niets liever dan in de natuur werken.”

Geiten kopen
“Samen namen we het plan op om in Lunel een geitenfarm op te zetten. We hadden al afspraken gemaakt met een geitenboer om van hem jonge geiten over te kopen toen we bericht kregen dat we geen vergunning kregen voor de bouw van onze eigen geitenboerderij. Een lelijke streep door de rekening! Gelukkig was de verkoper van de geiten bereid om de levering even op te schorten. Hij nodigde ons uit om te komen kijken of we zijn bedrijf niet wilden overnemen in Lairiere in de Hautes Corbières. Bij aankomst sloeg de spreekwoordelijke ‘coup de foudre’ in: we vielen als een blok voor Lairiere. Ter plekke kochten we de geiten, een melkmachine en andere apparatuur voor het maken van geitenkaas en we huurden een stal. Met de reeds toegezegde subsidie konden we in 1999 van start gaan. Sinds 2002 zijn we volledig professioneel actief in de geitenstalhouderij en geitenkaasmakerij.”
Wilko kijkt me aan of het allemaal heel vanzelfsprekend is gelopen. Maar dat blijkt dus niet het geval te zijn. “De eerste tijd was het vooral met het verstand op nul en de blik op oneindig. We bouwden een huis naast de stal en werkten alle twee twaalf tot veertien uur per dag. Iedere dag, nooit een dagje vrij!”

Verkoop aan huis
Wilko en Rachel kregen 4,5 jaar geleden een zoontje, Ilan. Nu leveren hun 48 geiten elke dag tussen de 150 en 180 liter melk. Goed voor voldoende kaas om dagelijks gerenommeerde winkels in de Aude van verschillende soorten geitenkaas te voorzien. Daarnaast participeren Wilko en Rachel ook in de boerenmarkten op de boerderij. Wekelijks is er wel ergens in het landelijke Zuid-Frankrijk een plekje waar je Wilko kunt tegenkomen, zoals deze keer in Montfort-sur-Boulzane in de Pyrenées-Orientales.
De gemeenschappelijke maaltijd aan het slot van deze dag op de boerderij wordt afgesloten met heerlijk roomijs van boerenmelk, maar niet nadat we allemaal genoten hebben van Wilko’s geitenkaas met een toefje honing!
NieuwsNed-lezers die graag zelf hun geitenkaas op de boerderij willen kopen kunnen bij Wilko Kronemeijer terecht. Zijn boerderij Les Chamoises ligt bij Lairiere in de Hautes Corbières. Tel. 04 68 70 03 95.

Groene p aradijzen in de Languedoc-Roussillon

Geo, de Franse evenknie van de National Geographie, publiceerde onlangs een overzicht van de vijf mooiste 'paradis verts' in de Languedoc­Roussillon. Het leverde schitterende foto's op en een paar leuke tips voor een boeiend dagje uit. Dit zijn ze, in willekeurige volgorde:

De côte vermeille (P.O.) tussen de Cap Béar en de baai van Pauliles. Een wild en kleurrijk kustgebied vlak bij de grens met Spanje; ideaal voor wandelaars en duikliefhebbers.

De kruidige garrigues van de Corbières (corb is het Keltische woord voor steen) rond Villerouge Termenès; hete zomers, droge winden zorgen voor ruigte en ruimte. Mede hierdoor hielden de Katharen het hier het langst uit.

De canyon l'Antre du Diable bij Pied-de-Borne de-Borne, waar de Lozère grenst aan deregio Rhône-Alpes; de rivieren Borne en de Chassezac komen hier samen in een 7 km lange gorge van 400 meter diep.

Het massif de l'Aigoual en vooral de top van de Serreyrède(l299 m) in de buurt van l'Esperou in de Gard: totaal ontbost eind 1ge eeuw, nu een forêt domaniale van 16.000 hectaren.

De lagunes en étangs bij Maguelone (Hérault), 250 vogelsoorten, waaronderde roze flamingo. Wist u dat oorspronkelijk vulkanisch waren?

Terug naar laatste NieuwsNed