|
NieuwsNed is het magazine van de vereniging dat in een oplage van 400 exemplaren
vier keer per jaar verschijnt. In het blad wordt veel aandacht besteed
aan ontwikkelingen die van belang zijn voor de landgenoten, die hier permanent
dan wel semi-permanent wonen. Daarnaast vindt men er aankondigingen van
excursies, verslagen van de jaarlijkse ledenvergadering en veel "human
interest"-artikelen. De redactie streeft er naar om zoveel mogelijk
leden te betrekken bij de inhoud van het magazine door hen uit te nodigen
artikelen aan te leveren. Het omvat 28 pagina's en wordt deels uit
de contributiegelden en deels uit de opgenomen advertenties bekostigd.
Op verzoek zenden wij graag een nummer ter kennismaking toe.
door Rob van Doorn
Fransen zijn gek op enquêtes, nog meer
dan Nederlanders. Ze onderzoeken in dit land werkelijk alles, je kunt
het zo gek niet opnoemen. Wie is gelukkig, wie is ongelukkig, hoeveel
mensen beveiligen hun huis tegen inbraak en
hoeveel tegen zwaar weer, wat koopt men zoal, hoe is het seksueel gedrag
en waarover droomt men. Over dromen gesproken, zo las ik ergens dat
bijna de helft van alle Françaises ervan droomt om eens met een
brandweerman naar bed te gaan. Dan zijn er de populariteitsbarometers
van politici als Sarkozyen van zijn tegenstanders voor de
presidentverkiezingen van 2012 maar ook van niet-politici. Yannick Noah,
ex-tennisser en reggaezanger is al ongeveer tien jaar de
meest populaire Fransman. Ook de oudere filmsterren Gérard Dépardieu
en Cathérine Deneuve en de bejaarde rocker Johnny Hallyday scoren
altijd hoog. Het staat allemaal in de krant, in de magazines of het
is in een of andere tv-rubriek te horen en te zien. Op internet worden
alle enquêtes nog eens in extenso gepubliceerd. Als je me vraagt
wat ik met al die informatie doe dan moet ik het antwoord schuldig blijven.
Vroeger wilde ik mevrouw Van Doorn er nog wel eens fijntjes op wijzen
dat ons gedrag op een of ander gebied afweek van het gemiddelde maar
sinds we tot de leeftijdsgroep van de ‘troisième âge’
behoren, heeft dat ook geen zin meer. De maximum leeftijd van de ondervraagden
is meestal zestig jaar, onze leeftijdsgroep komt nauwelijks meer in
enquêtes voor. Blijkbaar zijn we socio-economisch niet interessant.
Ik was dan ook blij verrast toen een enquêtrice me op een
regenachtige herfstdag op de Boulevard Gambetta in Clermont l’Herault
aanhield . ‘Mag ik u een paar vragen stellen’, vroeg ze
me vriendelijk terwijl ze een groot klembord als een wapenschild voor
haar borst hield. Ik knikte instemmend en ze vuurde haar eerste vraag
op me af: ‘Heeft u wel eens het ‘Musée de Lodève’
bezocht?’ Déjà vue! Deze vraagstelling kwam mij
bekend voor.
Vijftig jaar geleden volgde ik een avondcursus marktonderzoek.
Best ingewikkeld met vakken als statistiek en sociale psychologie. Ik
moest als praktijkopdracht onderzoeken hoe men over de film Doctor Zhivago
dacht en of men daar heen zou gaan. Deze film moest de opvolger worden
van de klassieker ‘Gone with the wind’. Het was een spektakel
met tal van beroemde sterren dat vier uur duurde. Net als de enquêtrice
in Clermont ging ik met een vragenlijst in een drukke winkelstraat staan
om een willekeurig publiek te ondervragen. Voor de betrouwbaarheid van
een enquête is de willekeurigheid van de steekproef belangrijk,
dat zat wel goed, maar even belangrijk is de formulering van de vragen.
Met mijn eerste vraag, ‘Heeft u de film Doctor Zhivago gezien?’,
ging ik de mist in.
Tot mijn verbazing antwoordde iedereen volmondig ‘ja’ maar
dat kon niet kloppen want de film draaide pas in de Nederlandse bioscopen
en trouwens ook niet iedereen gaat naar de bioscoop. Mijn leraar, we
noemden hem drs. Driftkikker, hij zou later topman van het Vendexconcern
worden, was furieus. ‘Stom, stom, wat ben je toch stom! Ik vertel
het je nog één keer. Nooit beginnen met een vraag waaropalleen
een
ja/nee antwoord gegeven kan worden.
De mensen zeggen altijd ‘ja’ om beleefd te zijn of omdat
men goed over wil komen. Dat is de rol die iedereen onbewust speelt.
Je kunt dit probleem omzeilen door te vragen ’wanneer heeft u
de film gezien’. Je zult zien dat het bij deze vraagstelling voor
niemand eenpr-bleem is om naar waarheid te antwoorden.’ Zo gezegd,
zo gedaan, ik
veranderde de openingsvraag in: ‘Wanneer heeft u de film Doctor
Zhivago gezien?’ Drs Driftkikker kreeggelijk, de meeste ondervraagden
antwoordden inderdaad dat ze de filmnog niet hadden gezien. Dat kloptebeter
en ik kon eindelijk met mijnonderzoek beginnen.
Vele jaren later vloog ik met de KLM
van Madrid via Genève naar Amsterdam. Vanwege overboeking kreeg
ik een plaats in de eerste klas. Een ongekende luxe! Ik zat nauwelijks
of de stewardess offreerde me een glas champagne gevolgd door nog enkele
glazen na de ‘take off’. ‘Santé’, proostte
de knappe vrouw naast mij. Ik hief mijn glas naar haar en toen zag ik
het … het was Geraldine Chaplin in eigenpersoon, de beroemde filmster.
Zij speelde met Julie Christie en Omar Sharif de hoofdrol in Doctor
Zhivago. Wat een sensatie! Ik zat daar zomaar champagne met een wereldbekende
diva te drinken. Ze was mooi èn aardig en ik voelde me letterlijk
en figuurlijk in de wolken. De champagne had mijn tong losgemaakt en
ik vertelde haar het verhaal over de enquête die ik over haar
film had gehouden. Het amuseerde haar blijkbaar want ze moest er om
lachen. Toen ze in Genève het vliegtuig verliet, gaf ze me een
kus op de wang.
Tegenwoordig is een kus niets bijzonders maar dat was toen anders. En
een kus van de mooie Geraldine … Dat moment zou ik mijn hele leven
blijven koesteren. Ik hoor haar nog zeggen: ‘Au revoir, Robert
en bedankt voor het mooie verhaal.’ Een groot actrice, ze
speelde in meer dan tachtig films, toen ze ouder werd, schitterde ze
vooral in karakterrollen. Vanzelfsprekend sla ik geen film van haar
over.
Ik beantwoordde de eerste vraag met ‘ja’ want
ik wilde goed overkomen bij de enquêtrice. Ze leek wel een beetje
op Geraldine, slank, donker en knap. Ze stelde mij ontelbare vragen
over het museum. Ik vond het allemaal heel gezellig. Haar laatste vraag
betrof mijn leeftijd. ‘Oh, ik had u jonger ingeschat dus doe ik
er maar een paar jaar van af’, zei ze, ‘anders valt u niet
binnen de
doelgroep en hebben we beide onze tijd verspild.’ Stom, stom,
stom’, hoorde ik drs Driftkikker van mijn marktonderzoekcursus
roepen maar daar had ik geen boodschap meer aan. Mijn dag kon niet meer
stuk!
Het glorieuze Canal du Midi, Unesco werelderfgoed, staat
aan de vooravond
van een afschuwelijke ingreep. De platanen, die het 240 km lange kanaal
's zomers zijn lommerijke aanzien geven, worden omgehakt omdat ze ziek
zijn. Ze lijden aan ceratocystis platani, een probleem dat in 2006 werd
ontdekt. Het kanaal werd gegraven en aangelegd onder Lodewijk XIV in
de periode 1667-1680. De Romeinen en Leonardo Da Vinci hadden al aan
een kanaal dwars door Frankrijk gedacht, maar de heuvelrug in de droge
Languedoc bleek eeuwenlang een onoverwinnelijk probleem. Maar de tweeduizend
kilometer lange omweg over zee rond het vijandige Spanje, een reis van
een maand, maakte het uiteindelijk lonend aan het kanaal te beginnen.
Met een buitengewoon ingenieus stelsel van waterstaatkundige werken
- sluizen, aanvoerkanalen, reservoirs - werden de Garonne en de Middellandse
Zee met elkaar verbonden.
De status van werelderfgoed loopt nu gevaar, want een Canal du Midi
zonder zijn dubbele rij platanen, is dat nog wel het Canal du Midi?
De zieke bomen, 42.000 stuks, worden natuurlijk wel vervangen, maar
alvorens de creatie van Pierre-Paul de Riquet zijn oude aanzien terug
heeft hebben uw en mijn achterkleinkinderen met óns erfgoed al
lang korte metten gemaakt...
|
|
door Adrien Vos
In het voorjaar van 2011 deed ik een
verrassende ontdekking. Ik leerde in galerie het L.A.C. in Sigean het
werk kennen van Barend Blankert. Deze
Nederlandse kunstenaar woont en werkt al geruime tijd in Zuid-Frankrijk.
Hij maakt realistische schilderijen. Alles is duidelijk herkenbaar:
voorwerpen, interieurs, gebouwen en mensen. Heel minutieus wordt elk
detail uitgewerkt. Fotografisch precies, in uiterst fijne
penseelstreken en in een mooie kleurstelling. Het realisme is overweldigend.
Maar kijkend naar Barends schilderijen werd mijn nieuwsgierigheid gewekt.
Er zit een geheim achter. Er staat meer op dan wat ik zie. Anders gezegd,
ik zie iets wat je
niet kunt waarnemen... Hoog tijd dus om de schilder te leren kennen.
Misschien kon ik dan het
raadsel oplossen. Op een mooie zomerdag zocht ik hem en zijn partner
Pien Braat op en mocht ik een blik werpen in het atelier.
De moderne kunst kent vele verschijningsvormen. Deze uitspraak zal
iedereen onderschrijven, maar toch wordt de hedendaagse kunst meestal
op één hoop gegooid; niet begrepen, abstract, non-figuratief
en als het wel figuratief is dan meestal schokkend of grof. Het misverstand
is logisch omdat alleen de meest afwijkende werken in de publiciteit
komen. Ze worden dan soms van tentoonstellingen verwijderd of de makers
geven een toelichting op een talkshow op tv. Barend Blankert zoekt de
publiciteit niet op. Hij werkt in stilte aan een indrukwekkend oeuvre.
Toch is de jaarproductie zelden meer dan zes schilderijen. De werken
waarop figuren staan afgebeeld zijn meestal wat groter, soms zelfs erg
fors. De stillevens hebben een bescheiden formaat. De nauwgezette detaillering
verklaart veel over de tijd die nodig is om een schilderij af te krijgen.
Ik bekijk een paneeltje van 39 bij 45 cm. Het toont de bovenkant van
een donkerrood nachtkastje. Op het geaderde marmeren blad staan drie
roomwitte potjes. De achtergrond wordt gevormd door een grijs behang.
Het licht valt van links; een zachte schaduw tekent zich af tussen de
potjes en valt ook op het behang. Meer is er niet te zien. Een zeer
eenvoudig stilleven? Het fijngevoelige realisme van dit werk verraadt
misschien iets over de maker.
Als een ware impressionist zoekt hij de werking van het licht. Als
een minimalist schildert hij alleen het hoogst noodzakelijke. Als een
realist laat hij geen enkel detail liggen. Als een symbolist laat hij
de zingeving aan de kijker. Waar staan die potjes voor ? Wat is de betekenis
? In de 17e eeuwse vanitasstukken wordt de ijdelheid van de mens op
de hak genomen. Doodshoofden, zandlopers, rottend fruit, allemaal symbolen
voor de vergankelijkheid van het leven. Bevatten de potjes op het nachtkastje
bij Barend Blankert een 21e eeuwse variant op het vanitasthema? Zou
er nachtcrème inzitten? En een antirimpelmiddel met een huidverjongingszalf?
IJdelheid! Vergeefse middeltjes om de ouderdom te bestrijden. De eenvoud
waarmee Barend Blankert een Hollandse traditie nieuwe vormen geeft is
fascinerend. De titel van dit paneel: ‘Witte verfpotten’.
Op andere schilderijen zien we vaak
een
gekromde man, zittend op een keukenstoel of een armfauteuil of liggend
op een bed. Het gezicht van opzij, of op de rug gezien, zodat het haarscherp
geschilderde gezicht in profiel nog juist een melancholieke blik oplevert.
Op weer andere doeken is het gezicht verdwenen in de kromming van het
lichaam. Zoekt de man naar eeuwige rust? Is het gebogen hoofd het symbool
van de berusting? Soms staat er een etensbord met bestek op een tafeltje.
Het bord is leeg, het eten is op. Alleen een aangesproken fles wijn
vertelt de anekdote van een maaltijd.
Niet alleen de achterliggende betekenis maken deze schilderijen zo
intrigerend. Het spel tussen symmetrie en ogenschijnlijke wanorde is
net zo fascinerend. Opvallend is ook dat Blankert voor zijn inspiratie
de deur niet uit gaat. Je ziet steeds hetzelfde bed, dezelfde fauteuil
of stoel, en andere attributen opduiken naast de figuren die niet zelden
een verbluffende gelijkenis vertonen met de schilder zelf. De schilderijen
naast elkaar leveren je de feuilleton “Scènes uit het leven
van een realistisch schilder” op.
Vorige maand, op 30 december 2011, werd Barend Blankert 70 jaar. Zijn
carrière beloopt inmiddels 50 jaar. Na zijn tekenopleidingin
Amsterdam werd hij ‘maker van schilderijen’. “Tekenen
heb ik geleerd, zegt hij, maar schilderen heb ik me zelf bijgebracht”.
Die hoedanigheid heeft hij 50 jaar volgehouden. In de beginperiode nog
met een baan als tekenleraar ernaast.
De laatste baan was op de Academie Minerva in Groningen, die hij in
1992 verliet om fulltime kunstenaar te kunnen worden. Inmiddels is zijn
werk goed bekend onder de liefhebbers van realistische kunst. Hij exposeerde
o.a. in Amsterdam, Rotterdam, Brussel, Parijs, Londen en New York en
in gerenommeerde galeries.
Zijn werk bevindt zich nu, behalve in talrijke privécollecties
ook in vele musea in Nederland. ‘Vaste klant’ zijn de speurneuzen
voor de beroemde INGcollectie op het hoofdkantoor van de bank in Amsterdam.
In 2002 verscheen bij uitgeverij Waanders de kleurrijke monografie ‘Barend
Blankert, Meester van de melancholie’. Op de cover prijkt een
schitterend rossig vrouwelijk naakt naast een bos rode tulpen. Want
ook dat kan Barend Blankert.
|