|
NieuwsNed is het magazine van de vereniging dat in een oplage van 400 exemplaren
vier keer per jaar verschijnt. In het blad wordt veel aandacht besteed
aan ontwikkelingen die van belang zijn voor de landgenoten, die hier permanent
dan wel semi-permanent wonen. Daarnaast vindt men er aankondigingen van
excursies, verslagen van de jaarlijkse ledenvergadering en veel "human
interest"-artikelen. De redactie streeft er naar om zoveel mogelijk
leden te betrekken bij de inhoud van het magazine door hen uit te nodigen
artikelen aan te leveren. Het omvat 24 pagina's en wordt deels uit
de contributiegelden en deels uit de opgenomen advertenties bekostigd.
Op verzoek zenden wij graag een nummer ter kennismaking toe.
_______________________________________
Optimaal oud worden in Frankrijk
door Frederik Hoekstra
De titel van het seminar dat
de FANF in samenwerking met de Nederlandse ambassade op 21 november hield,
luidde “Optimaal oud worden in Frankrijk, nadat het lang “Gezond
oud worden in Frankrijk” zou gaan heten, maar het gaat er natuurlijk
vooral om hoe je in Frankrijk gelukkig kunt blijven leven en wonen als
je niet meer zo gezond bent, hetgeen met het klimmen der jaren een toenemend
risico is.
Een keur van sprekers gaf op dit thema een zienswijze en eerdaags zal
via de FANF – kanalen, website en Fanfare, ongetwijfeld een verslag
van de dag worden geleverd, maar daar aan voorafgaande alvast een aantal
observaties en conclusies van mijn kant.
Een van de weinige in geriatrie gespecialiseerde medici in Frankrijk,
Prof. Dr. Alain Franco van de universiteit Joseph Fourier in Grenoble
wees er op dat in Frankrijk nog behoorlijke schotten staan tussen de medische
en de medisch- sociale zorg. Noch de huisarts, noch de ziekenhuizen zullen
zich in de meeste gevallen moeite geven in een goede thuiszorg als aanvulling
op de medische zorg te voorzien. Het komt er op neer dat de huisarts er
is om recepten uit te schrijven en te verwijzen naar specialistische medische
zorg en de medische specialist zich beperkt tot zijn medische taak. Een
geriatrisch specialist zul je zelden in een ziekenhuis aantreffen. Wel
kan men vragen naar de “filière geriatrique” waarover
de grotere ziekenhuizen in het algemeen beschikken, waarna de internist
die dit aspect in zijn ‘pakket’ heeft zal opdraven. Maar ook
deze zal zich in het algemeen tot de medische zorg beperken en de medisch
sociale zorg zal veelal ook buiten diens blikveld liggen.
Gebeurt er dan niets op dit gebied? Bien sur, stelde ons Madame Veronica
San-Vicente gerust, directrice van de CNSA, de Caisse Nationale de Solidarité
pour l’Autonomie.
In de tijd van President de Gaulle was er al een (thuis)zorgsysteem voor
de allerarmsten, de APA, maar de hittegolf van 2003, toen liefst 15000
bejaarde Fransen onder de hitte bezweken, heeft de Franse regering doen
inzien dat die voorziening niet voldoende is. Nieuwe wetgeving volgde
in 2004 en dat leidde tot de oprichting van de CNSA in 2005. Deze Caisse
Nationale is geen organisatie met een eigen kantorennet en leger medisch-
sociale professionals, maar een instituut dat budget ter beschikking stelt
aan de departementen, om in goede zorg te voorzien. “Voorwaardenscheppend”
ofwel “faciliterend”, zoals dat in modern jargon heet. De
Caisse beschikt over een budget van maar liefst 18,3 miljard euro, waarvan
een groot deel naar verpleeg- en verzorgingshuizen gaat, maar voor individuele
hulp is er nog altijd 1,5 miljard beschikbaar (voor nadere info zie www.CNSA.fr)
Om voor voorzieningen in aanmerking te komen dient men zich tot de Conseil
Generale te wenden, bij voorkeur via de Mairie. Bij alle departementen
heeft de CNSA als het ware een loket waar ouderen en gehandicapten met
een medisch-sociale zorgvraag terecht kunnen.
In de Provence heeft de Nederlandse Marianne Lapidaire, die directrice
van enkele verpleeginstellingen in Nederland was, een bedrijfje opgezet
dat voorziet in zorgbemiddeling. Marianne deelde met ons haar ervaringen,
opgedaan in een stageperiode om de Franse zorg te leren kennen. Het was
ook mevrouw Lapidaire opgevallen dat zowel de kwaliteit als de toegankelijkheid
van medische zorg in Frankrijk prima op orde zijn. Van wachtlijsten is
weinig sprake en de scholing en bekwaamheid van de medici is dik in orde.
Wel viel op dat in de Franse ziekenhuizen, anders dan in de Nederlandse
nog een vrij strakke hiërarchische verhouding tussen arts en verpleegkundige
bestaat en dat interdisciplinair overleg ook minder plaats vindt dan in
de Nederlandse praktijk. Marianne Lapidaire riep de Nederlandse verenigingen
in Frankrijk op de ouder wordende leden bij te staan, vooral steun te
bieden aan degenen die alleen staan, werk te maken van contact tussen
de generaties en vrijwilligers te scholen.
(zie ook het interview met Marianne Lapidaire in FANFARE nr 27 en/of www.zorginfrankrijk.nl
)
In aansluiting op dat laatste werd aan het einde van het seminar geconcludeerd
dat het mogelijk zinvol is een centraal meldpunt voor Nederlanders in
Frankrijk op te zetten, met regionale steunpunten, waar vanuit hulp bij
het leveren van zorg, vooral het aanboren van de juiste kanalen kan worden
geboden. Gedacht wordt aan de inzet van vrijwilligers, bijvoorbeeld voormalige
verpleegkundigen die de Franse taal redelijk beheersen en zo in de zorgbehoefte
een bemiddelende rol kunnen spelen. In de jaarvergadering van de FANF
op 31 januari 2009 in Grenoble zal daarover worden doorgepraat.
Onder ogen moet worden gezien dat mensen in de 60 en 70 in het algemeen
de noodzaak van zorg en het hebben van die behoefte ver van zich werpen.
Het gaat dan ook vooral om de 80 plussers, want dat zijn tegenwoordig
pas echt bejaarden.
Samenvattend kan gesteld worden dat de thuiszorg in Frankrijk prima is
geregeld, anders dan vaak wordt verondersteld. Het komt aan op goede coördinatie
en het weten te bewandelen van de juiste bureaucratische wegen. De maisons
de retraite zijn over het algemeen van een iets mindere kwaliteit dan
wij in Nederland gewend zijn, maar gezien de goede mogelijkheden van thuiszorg
zijn die instellingen lang te vermijden. Bij dementie kan verlies van
kennis van de Franse taal optreden en daarom is het dan aan te bevelen
opname in een instelling in Nederland te bewerkstelligen. Zowel de aanwezige
vertegenwoordiger van het ministerie van VWS als het hoofd van de consulaire
afdeling van de ambassade gaven de verzekering dat hier in met een beroep
op de AWBZ bij terugkeer naar Nederland kan worden voorzien.
Overigens is de kans op dementie 30% op 90-jarige leeftijd (die velen
van ons niet halen), dus moet de angst daarvoor niet worden overdreven.
Over de ontwikkelingen met betrekking tot dit terrein zullen wij u op
de hoogte houden, maar u kunt ook de website van de FANF raadplegen: www.FANF.fr
----------------------------------------------------
Willem van Oranje, Hendrik IV en Le Puget
door Jan Beijerinck
Ons domein staat in Katharenland. Een gebied dat veel, heel veel verhalen
herbergt. Het land van fantasie, fraude en fabulatie. Een land van geschiedenis.
Vechtende katholieken en protestanten. Heel veel handel. Samenwerking
en tegenwerking.
Le Puget heeft in de geschiedenis nooit een belangrijke rol gespeeld
De Groten in hun tijd hebben er niet gewoond. Het chateau is wel veel
gebruikt en keer op keer van eigenaar veranderd. De rol van het gebouw
is steeds in de marge van de grote geschiedenis geweest. Daarom is het
zo moeilijk informatie over deze vestiging te vinden. Om die reden is
het domein uiteindelijk in verval geraakt.
Maar zomaar een oud gebouw is Le Puget zeker niet. Niet voor niets stond
het reeds vervallen Puget op de Michelin kaart. Le Puget heeft weidegelijk
iets voorgesteld, in een bijrol van wisselend belang. Bijvoorbeeld aan
het einde van de zestiende eeuw, rond de duizendste verjaardag van Le
Puget. Toen heeft het gebouwencomplex in de geschiedenis van de Lage
Landen een kleine rol gespeeld. Een van groot belang voor de Noordelijks
Staten van de Lage Landen.
Een korte inleiding voor een beter begrip. De Lage Landen, vandaag België
en Nederland, behoorden tot het rijk van Karel V. Na het overlijden
van Karel V nam zijn zoon, Philips II, de rol van general manager over.
Philips II hield er een extreem katholieke visie op na. Velen waren
het daarmee niet eens. Vrijheid van godsdienst, sterker nog, vrijheid
van denken, was nog niet algemeen erkend. Voor de Lage Landen was deze
vrijheidsbeknotting het begin van de 80-jarige oorlog. Ook in Frankrijk
waren er twee kampen. Een voor Philips en een tegen de Spaans katholieke
verdrukking.
Hoe stonden de zaken ervoor in de jaren negentig van de zestiende eeuw?
Prins Willem van Oranje had steeds het belang naar voren gebracht dat
ook Frankrijk zich tegen Spanje zou moeten verzetten. Frankrijk was
echter te druk bezig met een interne machtstrijd om aan het onderliggende
probleem - oorlog tegen Spanje - veel aandacht te schenken. Die machtstrijd,
die wel een nauwe relatie had met geloof, was nog belangrijker dan het
pro of contra Spanje probleem.
Hendrik IV, gelovig non-katholiek van huis uit, daarom in de ogen van
de Lage Landen een bondgenoot, had als eerste doel de eenheid van Frankrijk.
Om die eenheid te bewaren had hij zich altijd al tegen de pro Spaanse
clique van Savoye verzet. Zijn niet-katholiek zijn maakte het onmogelijk
door Franskatholieke tegenstanders van Spanje aanvaard te worden. Hij
heeft zich hierom van ketter tot katholiek bekeerd. Deze overgang van
ketter tot de Ware Kerk heeft de interne gemoederen gesust. De Groten
en de Steden haastten zich aan te sluiten bij Hendrik. Philips II hoopte
nog dat de Paus de absolutie van Hendrik zou weigeren. De Heilige Stoel
wantrouwde de oprechtheid van de bekeerde. Maar omdat de Franse bisschoppen
Hendrik de zegen hadden gegeven zou weigering ernstige onenigheid binnen
de Ware Kerk hebben gebracht. De absolutie werd niet direct verleend,
maar er werd wel uitzicht op die verlening gegeven.
Hendrik IV verklaarde vervolgens de oorlog aan Philips. Hij wilde laten
zien dat hij aan het hoofd stond van de katholieke tegenstanders van
Philips en hij wilde het evenwicht in Europa bewaren.
Ondanks de bekering van Hendrik bleef de goede verhouding tussen de
Hollandse Staten Generaal en Hendrik voortduren. Hij streed tegen Philips,
wij ook. Hij hielp ons en wij hem.
Wij komen in het jaar 1598 bij Le Puget terecht.
In de Lage Landen was het accent van het Zuiden naar het Noorden verplaatst.
Holland en ook Zeeland, daar draaide het om. Ondanks de oorlog was de
handel van en naar deze Staten van groot Europees belang. Haringvangst,
scheepvaart, scheepsbouw, zouthandel, wijnhandel, houthandel. Geen land
zo belangrijk als Holland. Zelfs het vijandige Spanje was voor veel
zaken afhankelijk van de Hollandse scheepvaart. Als Holland niet zou
leveren dan zouden anderen het wel doen. Dus Holland leverde. Handel,
welvaart en oorlog. Vrijheid met tolerantie. Aan de vriendschap met
de Franse koning Hendrik IV hebben de Hollanders veel gehad. Frankrijk,
met haar ligging aan de Middellandse Zee, had goede contacten met Turkije.
De Hollandse handelsvloot zocht steeds naar nieuwe markten. Meer en
meer schepen, steeds maar verder weg. Het Hollandse netwerk was nog
niet uitgestrekt tot Turkije. Na veel overleg hebben de Franse vrienden
ervoor gezorgd dat de Hollanders van de Grote Heer van Turkije vergunning
kregen, onder Franse vlag, op Constantinopel en de overig havens van
zijn Rijk, te handelen. Ook werd een verdrag gesloten dat de Hollanders
met de ingezetenen gelijkstelde in de havens van het Franse rijk. Dat
voorrecht van gelijkstelling werd ook aan de Fransen op onze markten
verleend. De handel van de Fransen, met de Hollanders vergeleken, stelde
heel Weinig voor.
Al deze verdragen vergden veel besprekingen. Zo het nu is, was het toen
ook. Dat overleg moest ergens plaatsvinden. Ook Le Puget werd hiervoor
aangewezen. Waarom is niet bekend. Bij de vijand in de buurt, bij de
Middellandse Zee in de buurt? Behoorde Puget tot de domeinen van een
van de hogere ambtenaren uit het gevolg van Hendrik? Wij weten het niet.
Voor wat, hoort wat. Ook dat is niet veranderd. Geschenken, vleierij,
elkaar gunsten toewijzen, vriendjespolitiek, netwerken. De Staten Generaal
wilde iets persoonlijks aan Hendrik ten geschenke geven. In het Puget-overleg
werd bepaald dat aan de minnares van de Koning een groot stuk Haarlems
lijnwaad geschonken zou worden. Kostprijs voor de Hollanders, veertien
gulden de el, elders verkocht voor zeven dukaten per el.
Vierhonderd jaar geleden had Le Puget zo zijn specifiek
belang. Vandaag wordt weer aan dat belang gewerkt. Heel langzaam komt
het gebouw weer terug in een goede en geheel vernieuwde staat. Zal er
ooit weer op Le Puget vergaderd worden over geschenken aan minnaressen
van de Koning? De toekomst zal het leren. Wij leven hier in het land
van fantasie, fraude en fabulatie. Het hoort bij ons, het is al honderden
jaren zo.
----------------------------------------------------------------------
|
|
Feria
door Rob van Doorn
‘Met al je poeha heb je niet eens
een maîtresse”, zei mijn cafévriend
René verwonderd na vijf pastis. ‘Er klopt iets niet met
jou.’ Ik wilde wel weten wat er niet klopte, dus bestelde ik
nog een rondje. ‘Neem François Mitterand nou, toch een
geacht staatsman, nietwaar’, vervolgde hij. ‘Die heeft
er ontelbare gehad. Zijn laatste maîtresse stond zelfs samen
met de echte madame Mitterand aan zijn graf. En alle notabelen van
ons stadje...’ Hij vertelde me allerlei pikante verhalen over
de maîtresses van mannen die ik niet kende. ‘Als ik jou
was, zou ik er ook maar eentje nemen maar dan wel een Française
die zijn de beste minnaressen ter wereld.’ René was niet
te stuiten. ‘Je weet niet wat je mist. Maar ja, jij bent een
buitenlander…’ Hij zwaaide met de Paris Match waarvan
de omslag een foto toonde van een naakt paar waarop met vette letters
gedrukt stond: Wij doen het meer dan wie ook. René had mij
even tevoren het artikel laten lezen. Met ‘wij’ bedoelde
het blad de Fransen, die volgens een onderzoek van Durex, het gemiddeld
honderdzevenendertig keer per jaar doen. Meer dan welk volk ook. René
was daar zichtbaar trots op hoewel hij zelf er eerder als een bedaagde
opa uitziet dan als een viriele minnaar. ‘Ik heb voor jou een
kaartje voor de corrida. We gaan samen naar de feria in Béziers.
Daar heb je keuze uit de mooiste vrouwen,’ vertrouwde René
mij toe, op een toon alsof hij mij de hoofdprijs uit de loterij overhandigde.
Van dat maîtressegedoe van hem moest ik niets hebben maar ik
was wel nieuwsgierig naar de feria.
Ik dacht altijd dat de ‘feria’ een typisch Spaans feest
was maar het blijkt dat tussen Nîmes en de Spaanse grens deze
traditie het hoogtepunt van het jaar is. De feria in Béziers,
een stad met zestigduizend inwoners, trekt, volgens mijn vriend, wel
driehonderdduizend feestvierders. De ‘corrida’, het stierengevecht
in een heuse arena, waar beroemde toreadors optreden, is iedere dag
uitverkocht.
Maar ik vond de corrida vreselijk. In twee uur tijd werden zeven gevechten
volgens hetzelfde patroon afgeraffeld. Een stier komt de arena binnen
en een aantal mannen in witte pakken, de rasateurs, prikken al rennend
met linten versierde pinnen in zijn hals. Het eerste bloed stroomt
uit de wonden en dat is een teken voor het publiek om te juichen.
Vervolgens komt de picador, een man op een gemaliënkolderd paard
die zijn lans een paar maal in de flanken van het arme beest steekt.
Nog meer bloed! Nog meer gejuich. Zodra de stier sporen van zwakte
vertoont, maakt de toreador zijn entree. Na het spel met de rode lap,
dat moet ik toegeven veel behendigheid vereist, is het de bedoeling
dat de toreador de stier doodt door zijn degen recht in het hart te
steken.
Dat bleek dus zelden te lukken. Tijdens deze corrida moest een veearts
vijf stuiptrekkende dieren een genadeschot geven. Twee stieren kregen
omdat ze dapper gevochten hadden een open doekje van het publiek maar
daar hadden ze niets aan want ze waren al dood. Eén van de
toreadors had schijnbaar een bijzondere prestatie geleverd want hij
mocht als beloning een oor van de stier afsnijden. Iedereen ging uit
z’n dak en een vrouw pakte mij vast en riep met tranen in haar
ogen. ‘Hij is pas negentien en hij heeft al twaalf oren.’
Na de corrida gingen we feestvieren. De feria is een soort carnaval.
Geen boerenkielen maar wel flamencojurken. Voor de café’s,
die tijdens de feria bodega’s heten, spelen bandjes en treden
artiesten op. En feesten betekent in Frankrijk altijd lekker eten.
Op de Boulevard Paul Riquet stonden kilometers lange tafels opgesteld.
Overal zag je reusachtige pannen met paella en enorme grillen waarin
kippen, duiven, hammen en andere heerlijkheden ronddraaiden. Het was
dringen om twee plaatsen aan een tafel te bemachtigen. Aan de ene
kant zat René tegen mij aangedrukt en aan de andere kant zakte
ik weg in de vetrollen van een vrouw die twee lange palen rechtop
hield. Wat was ze lelijk! Een paardenkop! Ze vertelde mij dat ze deel
uitmaakte van een folkloristische groep steltlopers die tijdens deze
feria optrad. Ze gaf een rondje, René gaf een rondje en toen
ik een rondje gaf, werd ze handtastelijk en probeerde mij te kussen.
‘Wegwezen’, zei ik tegen René die tegensputterde
omdat hij zijn paella nog niet op had. Maar ik was onverbiddelijk.
Ik heb last genoeg gehad van onaantrekkelijke vrouwen die dachten
mij te kunnen versieren. Toen ik in Groningen woonde, werd de vrouw
van een collega, een nymfomane reuzin van over de honderd kilo, gek
op me. Ze achtervolgde me zo intens dat ik besloot te verhuizen naar
het Noord-Brabantse Willemstad. Ik kwam van de regen in de drup. Daar
had een modieus lilliputtervrouwtje haar zinnen op mij gezet. Ik kon
niet over straat lopen of ze kwam achter mij aan in haar poppenkleertjes.
Van ellende ben ik toen naar Breda verhuisd. Maar ook daar sloeg het
noodlot, in de gedaante van een vrouwelijke bonenstaak, toe. Iedere
keer als ik mijn hond uitliet, stond ze me op te wachten. Niet om
de seks maar om te ouwehoeren, liefst urenlang. Ik werd er gek van
en heb toen ten einde raad een huis in Frankrijk gekocht.
René en ik vonden aan de andere kant van de stad twee plaatsen
op een gezellig terras. Ik waande me hier veilig en genoot van het
optreden van een flamencogroep. Door het eten, de drank en de muziek
doezelde ik langzaam weg totdat er plotseling een schaduw over mijn
hoofd viel. Geschrokken keek ik omhoog langs een paar stelten en zag
onder de omhooggehouden rok een lichaamsdeel dat de beroemde Franse
schilder Courbet als ‘l’Origine du Monde’ had vereeuwigd.
Voor mij was dit echter meer de ondergang van de wereld. Een bekende
stem hoog boven mij riep: ’Voor zo iets moois loop je toch niet
weg.’ De paardenkop op stelten! Verdorie, nu moet ik wèèr
verhuizen!
-----------------------------------------------------------------
Aux armes, Citoyens!
door Ger Verhoeve
Niet alleen de zon maar ook het Franse landschap en de ruimte zijn redenen
geweest om naar Frankrijk te verkassen, naar de Languedoc in ons geval.
Het Nederlandse landschap is de laatste veertig jaar op vele plekken onherkenbaar
verrommeld en vergriept.
In die periode hebben de Fransen er ook van geweten, maar als je eenmaal
de wanstaltige verzameling van supermarkt- en andersoortige dozen rond
een stad achter je hebt gelaten kun je weer genieten van een veelal onaangetast
landschap. Nog wel. Maar de vergrieping rukt ook op in de prachtige Corbières
en de Minervois.
Een paar maanden geleden stond er binnen een paar dagen in ‘mijn’
landschap het gedrocht van een metalen skelet van een hangar. De volgende
weken werd lustig gemetseld aan de muren en verdween het fraaie uitzicht
definitief. Ik zie steeds vaker dat smakeloos volplempen van zichtlocaties,
en ik werd kwaad en ging op het internet op zoek naar andere verontwaardigden
in de buurt. Misschien heb ik niet voldoende volharding getoond, maar
ik vond geen aanknopingspunten.
En toen bewees een gewone krant weer eens zijn waarde: een artikel over
een ‘NEE tegen de ongebreidelde betonnering van de Corbières’.
Met een grote foto waarop iemand met uitzwaaiende arm wijst naar een wanstaltig
nieuwbouwcomplex. Ik herkende het, ik ben er in verbazing regelmatig langsgereden,
een serie van vier of vijf rijen, naar het lijkt leefeenheden, maar verder
volstrekt onbegrijpelijk. Het blijkt een sociaal-medisch centrum te zijn
en de man met de uitgestrekte arm, Simon Pleasance, noemt het in het artikel
‘het Treblinka van het dorp’. Die woorden logen er niet om,
daar wilde ik meer van weten.
De Engelse Fransman Pleasance, what’s in a name, bleek een heerlijk
heldere kijk op dit land te hebben. Zijn ‘neen’ blijkt een
‘ja’ voor wat we nog hebben en ook voor de vooruitgang: ongerepte
landschappen, ongeschonden aangezichten van dorpen, platanenallées,
water, want dat laatste wordt ook schaars. En dat roept grote vragen op
bij al die nieuwbouwplannen in de streek. Kortom: gebruik je verstand
(al betreft het alleen al het schaarse water) en gebruik je gevoel voor
het landschap. We zijn er van afhankelijk en we zijn er ook voor gekomen.
Ik ben lid geworden van zijn vereniging, de Observatoire des Paysages
Audois’, OPA. En ik help nu een beetje. Ik schrijf dit artikeltje,
ik signaleer weer het zoveelste nieuwbouwproject, en praat discreet met
lokale notabelen om meer te weten te komen. Kom er maar eens achter hoe
zo’n nieuwbouwverhaal verloopt. En wat te denken van al die moderne
windmolens. Ook dat is een heikel onderwerp omdat er zo veel geld mee
gemoeid is voor gemeenten. Maar of het energie-efficiënt is? En dan
het dramatische rooien van wijngaarden. Hele landschappen dreigen van
karakter te veranderen. In het najaar deden de kleuren, rood, bruin en
geel van de bladeren denken aan de waanzinnige bloemenvelden van tulpen,
hyacinten en narcissen uit mijn Hollandse jeugd.
De OPA richt zijn pijlen overigens wat lager: economische politiek is
te hoog gegrepen. We zijn al blij als zo’n foeilelijke hangar in
zijn schoenen blijft steken. Aux armes, citoyens!
Voor meer informatie:
simonpleasance@gmail.com
gerrit.verhoeve@wanadoo.fr
of 04.68436016
----------------------------------------------------------------
Verhuur
Door mr. Rob van Schijndel
www.frankrijkemigratie.nl
Ik bedank iedereen voor het aandragen van de vele onderwerpen. De volgende
keer zal ik de Franse sociale premies behandelen. Maar nu, gelet op het
groot aantal vragen daarover, eerst de Franse verhuur.
Veel Nederlanders krijgen te maken met de fiscale regels betreffende de
verhuuropbrengst. Vaak is de verhuur een leuke aanvulling op het pensioeninkomen
en/of hobby, maar soms dient de verhuur als hoofdinkomen (of overbrugging
tot pensioendatum). De in Nederland woonachtige mensen die hun vakantiehuisje
verhuren, krijgen ook te maken met de Franse belastingheffing over de
verhuurinkomsten. Het Franse fiscale systeem voor verhuur is niet eenvoudig,
maar ik verwacht dat onderstaande opmerkingen u wel een beter beeld geven
omtrent de verschillende regels.
Woonachtig in Nederland, verhuur van Franse vakantiewoning
Het belastingverdrag bepaalt dat Frankrijk mag heffen over de inkomsten.
In de Nederlandse belastingaangifte dient de waarde van de Franse woning
in box 3 opgegeven te worden, maar mag er vervolgens een vrijstelling
ter voorkoming van dubbele belasting worden gevraagd. Per saldo is er
geen belasting in Nederland verschuldigd over het Franse huis. De verhuur
zal in dergelijke gevallen vrijwel altijd worden beschouwd als niet-professionele
verhuur. De omzet zal meestal ook lager zijn dan € 76.300 per jaar.
Er mag dan 71% van de omzet als kosten worden aangemerkt, waardoor 29%
van de omzet als winst resteert. Als de werkelijke kosten hoger zijn (onderhoud,
gemeentelijke belastingen, hypotheekrente etc), dan kunnen de werkelijke
kosten in aftrek worden gebracht (i.p.v. het forfait van 71%). In beginsel
is de winst belast volgens het normale Franse schijventarief. Maar de
belastingheffing is minimaal gelijk aan 20% voor niet-ingezetenen. Slechts
indien aangetoond kan worden dat de Franse belastingheffing lager zou
zijn als alle inkomsten in Frankrijk zouden zijn belast, kan van het lagere
tarief worden uitgegaan.
Woonachtig in Frankrijk, verhuur van Frans onroerend goed
Allereerst moet bepaald worden of er sprake is van professionele of niet-professionele
verhuur. Kort gezegd: als de inkomsten bijkomstig zijn, dus als aanvulling
op andere inkomsten, is er sprake van niet-professionele verhuur. Is er
sprake van een hoofdinkomen, dan is er sprake van professionele verhuur.
Professionele verhuur dient ingeschreven te worden bij de Franse Kamer
van Koophandel.
Als professionele verhuurder krijg je te maken met de (hoge) Franse sociale
premies. Een ondernemer met een omzet van € 25.000 (dus een belastbare
winst van € 7.250), betaalt op dit moment € 3.910 aan sociale
premies. Hierin zijn premies voor de ziektekosten, pensioen, arbeidsongeschiktheid
en diverse andere Franse bijdragen begrepen. Het is daardoor niet meer
nodig om ziektekostenpremies te betalen in Nederland. Indien er geen andere
inkomsten zijn, is er geen inkomstenbelasting verschuldigd (bij een omzet
van € 25.000). Dit is uiteraard afhankelijk van de hoogte van de
winst. De verhuur is vrijgesteld van TVA (=BTW). Wel dient er nog rekening
te worden gehouden met de taxe professionnelle. Deze ondernemingsbelasting
is iedere ondernemer verschuldigd, mits deze beschikt over een “werkruimte”.
De verhuurde ruimte kwalificeert men als een dergelijke werkruimte. De
taxe professionnelle komt gedeeltelijk in de plaats van de taxe d’habitation.
Er kan, afhankelijk van diverse zaken, een vrijstelling zijn voor deze
belasting-
soort.
Omdat de korting van 71% groot is, volgt er vaak een lage winst. Indien
er geen overige inkomsten zijn, bestaat er vaak recht op de “prime
pour l’emploi”. Deze premie voor ondernemers met lage winsten
wordt vaak vergeten, terwijl dit slechts een kwestie is van het correct
aanvinken van een hokje bij de belastingaangifte. Controleert u dit eens
over de voorafgaande jaren!
Vanaf 1 januari 2009 komt er een speciale “ondernemingsvorm”
bij in Frankrijk. Deze is vooral bedoeld voor activiteiten die naast de
hoofdwerkzaamheden worden uitgeoefend. Zoals het er nu naar uit ziet,
kan ook de professionele verhuurder hier gebruik van maken. De sociale
premies bedragen dan 12% van de omzet. Bij een omzet van € 25.000
bedragen de sociale premies dan € 3.000 (een verschil van
€ 910).
Als er geen sprake is van professionele verhuur, hoeven de verhuuractiviteiten
niet ingeschreven te worden bij de Kamer van Koophandel. De totale omzet
dient dan slechts vermeld te worden op de jaarlijkse belastingaangifte.
Ook in dat geval bestaat er recht op de korting van 71% van de omzet.
De hoogte van de inkomstenbelasting hangt af van de huurinkomsten en de
overige inkomsten.
Er zijn diverse fiscale verschillen tussen professionele en niet-professionele
verhuur. Zo is de verliesverrekening, de vermogensbelasting en de plus-value
gunstiger bij een professionele verhuur.
Niet-gemeubileerde verhuur
Hierboven ben ik uitgegaan van gemeubileerde verhuur. Indien er sprake
is van niet-gemeubileerde verhuur, zijn er ook andere regels van toepassing.
Indien de omzet lager is dan € 15.000 is de forfaitaire aftrek 30%.
Ook hier geldt weer: als de werkelijke kosten hoger zijn, kunnen die in
aftrek worden gebracht. Boven de € 15.000 is er geen forfaitaire
aftrek.
Investeren in onroerend goed
Bij de aanschaf van onroerend goed voor de verhuur, zijn er in Frankrijk
diverse interessante regelingen. Daarbij is het van belang dat de huurprijs
onder een bepaald niveau blijft en de verhuursituatie dient bepaalde tijd
te duren. Ook is het mogelijk om met belastingvoordeel te investeren in
een vakantiewoning. Het is van belang dat de woning in een “”zone
de revitalisation rurale” is gelegen. Dergelijke constructies zijn
met name interessant voor belastingplichtigen die in de hoogste belastingschijf
vallen (40%). De bekendste regelingen zijn “Robien” en “Borloo”.
Tot slot
Elke verhuur dient aangegeven te worden bij de gemeente. Ook moet de verzekeringsmaatschappij
op de hoogte zijn van de verhuur. Hierboven heb ik niet de “verzwegen
huur” behandeld. Simpelweg omdat daar niets mee gebeurt, tot het
moment dat de Franse belastingdienst en/of overige instellingen daar achter
komen.
|