|
NieuwsNed is het magazine van de vereniging dat in een oplage van 400 exemplaren
vier keer per jaar verschijnt. In het blad wordt veel aandacht besteed
aan ontwikkelingen die van belang zijn voor de landgenoten, die hier permanent
dan wel semi-permanent wonen. Daarnaast vindt men er aankondigingen van
excursies, verslagen van de jaarlijkse ledenvergadering en veel "human
interest"-artikelen. De redactie streeft er naar om zoveel mogelijk
leden te betrekken bij de inhoud van het magazine door hen uit te nodigen
artikelen aan te leveren. Het omvat 28 pagina's en wordt deels uit
de contributiegelden en deels uit de opgenomen advertenties bekostigd.
Op verzoek zenden wij graag een nummer ter kennismaking toe.
______________________________________
door Rob van Doorn
De wachtkamer leek wel een ‘brocante’. De
ruimte was volgepropt met aftandse fauteuils en bijzettafeltjes. Één
van de wanden werd in beslag genomen door een reusachtig leeg aquarium
waarin resten van onderwaterflora en -fauna kleefden. De andere wanden
waren behangen met borduurwerkjes van religieuze voorstellingen en verbleekte
affiches over tandzorg. Ik was de enige
patiënt. Dat is verdacht, dacht ik, ik stap op. Maar een man in
een doktersjas kwam de kamer binnen en stelde zich met veel drukte voor
als ‘docteur dentiste chirurgien’. Hij duwde mij zachtjes
maar beslist naar zijn praktijkruimte. Hier was het net zo’n rommel
als in de wachtkamer. In het midden van de kamer was een paar vierkante
meter ontruimd en daar stond een tandartsstoel. Ik ging erop zitten
om de man in mijn mond te laten kijken. Hij verstelde de stoel in horizontale
stand en zo kon ik ook zijn gezicht, dat dertig centimeter boven het
mijne zweefde, eens goed bekijken. Dat was niet bepaald een genoegen.
Een onverzorgd type! Overal staken haren uit en zijn neus zat vol meeëters.
‘Geluksvogel’, bulderde hij plotseling. Van schrik viel
ik bijna uit de stoel.
‘Jean Luc die bij u een ‘bridge’ zou plaatsen, heeft
het te druk met de wijnoogst. U heeft geluk dat juist ik hem vervang.
In Iran noemden ze me de ayatollah van de ‘bridges’. Dat
zegt genoeg, nietwaar!’
‘In Iran?’
‘Ik was daar tandarts maar sinds ik vorige week in Montpellier
examen heb gedaan, kunnen ook de Franse burgers van mijn kwaliteiten
gebruik maken.’
Waar had ‘monsieur le maire’ me in hemelsnaam naar toe gestuurd?
‘U moet maar eens uw plan met hem bespreken onder een etentje,’
had de mevrouw op de ‘mairie’ gezegd toen ik haar vroeg
of ‘monsieur le maire’ mijn aanvraag voor het bouwen van
een carport al had bekeken. Zo gezegd, zo gedaan en zo kwam ik met ‘monsieur
le maire’ in het plaatselijke restaurant terecht waar ik probeerde
om hem bij te houden met het drinken van apéro’s. Dat lukte
aardig maar ik raakte wel een beetje mijn concentratie kwijt. Ik prikte
wat in een taai uitgevallen stukje vlees en bracht dit naar mijn mond.
Waarschijnlijk had ik er onvoldoende in gebeten want opeens zag ik aan
mijn vork het stukje vlees met daaraan mijn plaatje. Dat plaatje, waaraan
één tand zat, was een paar jaar geleden in mijn mond geplaatst
nadat mijn voortand door een val was afgebroken. Ik schaamde me dood,
keek naar ‘monsieur le maire’ maar die scheen niets te merken,
dus bracht ik met grote snelheid de vork naar mijn mond om het plaatje
er weer in te schuiven. Klaar is Kees, dacht ik. ‘Monsieur le
maire’ keek me vriendelijk aan en vroeg of die carport wel echt
nodig was. ‘Absoluut’, wilde ik zeggen maar er kwam geen
geluid uit mijn mond. Herseninfarct? Keelkanker? Niets van dat alles,
ik had het plaatje achterstevoren in mijn mond geschoven en die ene
tand in mijn keel maakte mij het praten onmogelijk. ‘Monsieur
le maire’ moest er wel om lachen en raadde mij aan door Jean Luc
een ‘bridge’ te laten plaatsen. Behalve wijnboer was Jean
Luc, volgens ‘monsieur le maire’, de beste tandarts van
de streek.
‘Ik moet twee tanden devitaliseren,’ zei de ayatollah. ‘U
krijgt een prikje dan voelt u niets.’
Even later begon hij te boren. Ik voelde geen pijn maar het was net
of hij met een betonhamer in mijn mond te keer ging. Toen de telefoon
rinkelde, nam hij met één hand de hoorn op en noteerde
een afspraak terwijl hij met de andere hand gewoon doorging met boren.
Gelukkig ben ik niet de enige patiënt, dacht ik nog. Toen schoot
de boor uit en priemde door mijn tong. Ik gilde het uit.
‘U heeft wel een heel kleine mond’, klonk het verwijtend.
Weer ging de telefoon die hij met één hand opnam terwijl
hij met de andere verder devitaliseerde. Ook ditmaal schoot de boor
uit en trok een voor aan de binnenkant van mijn wang.
‘Auuuuu’, schreeuwde ik in het Nederlands.
‘Stelt u zich niet zo aan,’ commandeerde de ayatollah. ‘U
ruikt trouwens vreselijk uit uw mond.’
Dat kan niet, dacht ik. Voordat ik naar mijn tandartsafspraak ging,
had ik uitgebreid geflost, minutenlang gepoetst en daarna nog intensief
met mondwater gespoeld. Maar had ik die middag niet aioli op mijn gebakken
visje gedaan? Misschien zijn Iranezen overgevoelig voor knoflook. Plotseling
stopte hij met boren en vanuit mijn ooghoeken zag ik hem ergens tussen
de rommel een roestvrijstalen stang met een grote haak pakken waarmee
hij op me afkwam. Van schrik begon ik te hyperventileren.
‘Maar dddokter …wwat gaat u doen?’
Voordat ik in het zwarte gat van een flauwte viel, hoorde ik hem vanuit
de verte nog antwoorden:
‘Ik zet het raam open.’
Om een lang verhaal kort te maken: de ‘bridge’ is er gekomen
en zit perfect. De vergunning voor de carport is er nog steeds niet.
Door Adrien Vos
Eind juli en begin augustus trekken weer veel NVLR-leden naar het idyllische
plaatsje Mosset in de Pyrenées-Orientales om een opvoering van
Opera Mosset bij te wonen. Dit gezelschap onder leiding van de Nederlander
Albert Heydens slaagt er elke twee jaar in om een spektaculaire opera
op te voeren op het binnenplein van de plaatselijke kasteelruïne.
Dit jaar wordt dat een bewerking van Charles Gounod’s Roméo
et Juliette, dat op zijn beurt een muzikale adaptatie is van het beroemde
toneelstuk Romeo en Julia van Shakespeare.
Shakespeares voornaamste bron voor het verhaal was The Tragicall Historye
of Romeus and Juliet (1562)', een lang verhalend gedicht van de Engelse
dichter Arthur Brooke. Deze had zijn materiaal ontleend uit een Franse
vertaling van een verhaal van de Italiaan Matteo Bandello. De vroegst
bekende versie van het Romeo en Julia-verhaal is die van Masuccio Salernitano's
Mariotto en Gianozza in zijn in 1476 gepubliceerde 'Il Novellino'. Salernitano
situeert het verhaal in Siena en beweert zelfs dat het zich tijdens
zijn eigen leven afspeelde. In zijn versie is er sprake van een geheim
huwelijk, een samenzwerende pater en een rel waarbij een vooraanstaand
burger wordt gedood. Mariotto's verbanning komt erin voor en ook Gianozza's
gedwongen huwelijk, het plot met het vergif en de cruciale boodschap
die de verliefde jongeling niet bereikt. In deze versie wordt Mariotto
gevangengenomen en onthoofd en Gianozza sterft van verdriet.
Romeo en Julia verhaalt over Romeo Montague en Julia Capulet. De twee
jongelui worden verliefd op elkaar, maar zij zijn kinderen van twee
rivaliserende adellijke families in Verona, Italië. Af en toe raken
die families slaags met elkaar, zeer tot ongenoegen van de vorst van
Verona, die beide heeft gewaarschuwd dat het maar eens afgelopen moet
zijn. Het slot van het verhaal is dat de families zich inderdaad verzoenen,
maar pas nadat de jarenlange vete opnieuw slachtoffers heeft geëist.
Daaronder ook het jonge paar, dat in het geheim was getrouwd.
Het toneelstuk van William Shakespeare kent naast talrijke bewerkingen
voor het theater ook al een veertigtal adaptaties op het witte doek.
Een beroemde versie is de musical West Side Story van Leonard Bernstein.
Ook is Romeo en Julia de basis geweest voor een groot aantal balletten
en opera’s.
De filmversie van Irving Thalberg uit 1936 was bijzonder. Hij won er
geen Oscars mee, maar hij werd genomineerd in vier categorieën:
voor beste film – Irving Thalberg, producer, beste acteur in bijrol,
Basil Rathbone, beste actrice, Norma Shearer als Julia, en beste regie.
Ook Franco Zeffirelli regisseerde Romeo en Julia. Zijn film uit 1968
werd in Italië opgenomen met Olivia Hussey als Julia. Deze versie
won Oscars voor beste Cinematografie en beste kostuumontwerpen. Zeffirelli
kreeg zelf een Oscarnominatie voor beste regisseur.
Leonardo DiCaprio en Claire Danes speelden het jonge liefdespaar in
een regiebewerking van Baz Luhrmann uit 1996. Luhrmann gaf het beroemde
verhaal een moderne setting. Deze film wordt door de liefhebbers geprezen
om het prachtige verhaal, de mooie kostuums, de goede muziek en het
mooie liefdesdrama. Dat leverde slechts één Oscarnominatie
op voor beste Art-Direction-set decoratie.
In Nederland bewerkte Theo van Gogh het verhaal in 2001 voor de televisieserie
Najib en Julia, over een Marokkaanse pizzakoerier en een Haags hockeymeisje.
De Amerikaanse filmregiseur Gary Wininck produceerde de film Letters
to Juliet die 17 juni jl. in première ging.
Het toneelstuk heeft ook verschillende componisten geïnspireerd:
Een heel bekende compositie met Romeo en Julia als onderwerpkeuze is
het ballet van de hand van Sergej Prokofjef. Hij schreef ook nog eens
drie orkestsuites en een pianowerk op basis van deze muziek.
Prokofjef’s landgenoot Peter Iljitsj Tsjaikovski componeerde een
fantasie-ouverture omtrent het thema. Behalve Gounod, die zijn opera-versie
in 1867 schreef voor zijn vriend Carvalho en diens Théâtre
Lyrique, componeerde Vincenzo Bellini een opera gebaseerd op Shakespeares
drama, getiteld I Capuleti e i Montecchi. Ook bekend is de symfonie
van Hector Berlioz. De Rus Dmitri Borisovich Kabalevsky schreef nog
in 1956 toneelmuziek voor Romeo en Julia (opus 56) en de befaamde componist
voor filmmuziek Nino Rota schreef de prachtige muziek bij Zeffirelli’s
film. De Franse componist Gérard Presgurvic verwerkte het verhaal
in de vorm van een musical genaamd Roméo et Juliette, de la Haine
à l’Amour. Deze versie is ook in het Nederlands vertaald
en kwam in Vlaanderen en Nederland in de zalen als Romeo en Julia, van
Haat tot Liefde.. De musical werd geproduceerd door de Music Hall Group.
Het lied De Koningen, gezongen door Davy Gilles, Mark Tijsmans en Dieter
Verhaegen, stond wekenlang nummer 1 in de Vlaamse top 10.
Dus ook in de popmuziek komt het thema regelmatig terug: Bernsteins
West Side Story was lange tijd de beste verkochte musical elpee. De
rockband Radiohead scoorde hoog met het nummer Exit music (for a film)(gebruikt
tijdens de aftiteling van Luhrmanns film). De Britse band Dire Straits
maakte een nummer Romeo and Juliet, te vinden in het album Making Movies.
Deze versie is later gecoverd door de Amerikaanse band The Killers en
is te horen op het album Sawdust. Elvis Costello vertolkt het thema
(in the Juliet Letters) samen met het beroemde Brodsky Quartet in 1993.
De Amerikaanse country-zangeres Taylor Swift heeft een liedje gemaakt,
genaamd "Love Story", met als onderwerp het verhaal van Romeo
en Julia.

Gounods versie
De opera Roméo et Juliette van Gounod houdt zich dichtbij de
tekst en het plot van Shakespeare. De eerste opvoering vond plaats op
27 april 1867, maar pas in 1888 werd de opera voor het eerst in de Opéra
van Parijs opgevoerd. Het werd een luisterrijke première en ook
daarna bleef de opera populair in Frankrijk en Amerika. Daarbuiten raakte
hij gaandeweg in de vergetelheid ondanks zijn grote melodische rijkdom.
Het is feitelijk een groot liefdesduet met interrupties.
De bewerking in Mosset zal het plot weliswaar volgen, maar in de uitvoering
vindt het gebeuren in de huidige tijd plaats en niet meer in het Verona
van de 15e eeuw. Daarvan getuigen onder anderen de kostuums die hier
zijn afgebeeld. Zij zijn ontworpen door de Nederlander Jan Steen, die
ook voor het decor tekende. Regisseur Albert Heydens’doel is dan
ook om populaire opera’s te gebruiken om ze toegankelijk te maken
voor het grote publiek. In zijn vorige producties, zoals Die Zauberflöte,
Sacrée Carmen en À propos du Barbier de Séville
slaagde hij daar volledig in.
NB: Voor dit artikel zijn vrijelijk gegevens overgenomen
uit o.a. Wikipedia, Elseviers Groot Operaboek (1966) en andere bronnen,
A.V.
Opera Romeo en Julia in Mosset 24, 26, 27, 29, 30, 31 juli en 2, 3,
4 augustus (P.O.). Voor informatie en reserveringen zie website:
www.operamosset.eu
|
|
door Ubbo Stheeman
Begin vorige eeuw werd bekend dat vitamine D, gevormd door de huid onder
invloed van zonlicht, nodig was voor de botaanmaak. Een tekort bleek de
oorzaak van rachitis bij kinderen en osteoporose bij volwassenen. En daar
bleef het bij. Een aantal jaren geleden kreeg men echter het vermoeden
dat vitamine D ook iets te maken zou kunnen hebben met het optreden van
virusinfecties tijdens de winter. Het bleek inderdaad het geval en naar
mate het onderzoek vorderde werd er nog veel meer ontdekt. Nu kan men
stellen dat vitamine D de communicatie tussen alle lichaamscellen verzorgt,
zodat niet alleen de botaanmaak ervan afhankelijk is, maar dat ook alle
andere celprocessen niet meer optimaal verlopen bij een tekort. Inmiddels
is wel duidelijk geworden dat deze vitamine voldoende in het lichaam aanwezig
moet zijn om te beschermen tegen vele aandoeningen namelijk: infectieziekten,
autoimmuunziekten, hartproblemen en kwaadaardige celvermeerdering. Bij
systematisch bloedonderzoek van de bevolking, vooral in landen met een
gematigd klimaat, heeft men geconstateerd dat het vitamine D gehalte in
de zomer acceptabel is, maar in de winter alarmerend laag wordt. De reden
daarvoor is dat de reserve in de zomer verkregen bij voldoende opgevangen
zonlicht zeer snel is verbruikt zodra de herfst is ingetreden. Er is zoveel
gewaarschuwd tegen zonnebaden ter voorkoming van huidkanker en, nog erger,
het melanoom, dat men de zon schuwt of zich tevoren invet, wat de vorming
van vitamine D blokkeert. Het is vastgesteld dat een zonnebad midden overdag
niet langer dan 15 tot 20 minuten voor tenminste de helft ontbloot een
aanzienlijke hoeveelheid vitamine D (van ongeveer 10.000 I.E.) vormt zonder
enig risico wat betreft huidbeschadiging. Te lang in de zon verblijven
doet de huid pigment vormen (het modieuze bruinworden) dat op zijn beurt
de vorming van vitamine D tegenhoudt en dus in dit kader gezien zinloos,
zo niet gevaarlijk, is. Omdat in zelfs de meest gevarieerde voeding deze
vitamine nauwelijks voorkomt, doet men er goed aan in zonarme perioden
als voorzorg een surplus in te nemen. Op grond van recente onderzoeken
adviseren 40 wetenschappers, die zich met dit onderwerp intensief bezig
houden, tenminste 1000 I.E. vitamine D vanaf de herfst tot aan de lente
dagelijks te gebruiken. Dit advies is zelfs officiëel overgenomen
door het Canadese ministerie van volksgezondheid. De leden van de NVLR,
wonend in de meest zonnige streek van Frankrijk, zouden kunnen denken
dat een dergelijk advies niet voor hen geldt. Dit is zeker niet het geval,
want wil vitamine D zijn beschermende werking uitoefenen dan dient een
constante en optimale hoeveelheid in het lichaam aanwezig te zijn. Als
deze in de zomer hoog is en vervolgens bij het intreden van de herfst
snel te laag wordt, mist men maanden lang het positieve effect, met alle
gevolgen
vandien. Momenteel heeft men de keus tussen twee methoden om te zorgen
voor een voldoende opname van deze belangrijke vitamine. De eerste, statistisch
berekend en dus van algemene aard, is vanaf de herfst tot en met de lente
uit voorzorg extra vitamine D in te nemen in een dosering van 1000 tot
2000 I.E. per dag. De tweede maakt het mogelijk dat men veel nauwkeuriger
kan nagaan of iemand tekort komt en in welke mate. Men dient daartoe de
huisarts te vragen een bepaling te laten doen van het gehalte in het bloed,
in het laboratorium bekend onder de naam 25(OH)D, zodat op geleide van
de verkregen waarde de dosis zonodig kan worden bijgesteld. In de praktijk
blijkt het namelijk nogal eens voor te komen dat de optimale waarde, liggend
tussen 75 en 150 nmol/L (30 en 60 ng/ml)l, niet wordt bereikt, hoewel
men de eerste methode consequent heeft toegepast Het is aangetoond dat
men pas bij het genoemde gehalte werkelijk profijt heeft van de beschermende
werking tegen onvoldoende of verkeerde reacties van het immuunsysteem.
De enige vorm van vitamine D die goed wordt geresorbeerd en geen bijeffecten
heeft is D3, cholecalciferol genaamd. In Frankrijk kan men een product
bij de apotheek verkrijgen onder de naam "Zymad", 10.000 U.I./ml.
druppelflacon van 10 ml.(Novartis). Totaal in de flacon aanwezig: 333
druppels, dus 1 druppel is ongeveer 300 I.E. Als men nog zou twijfelen
aan het nut van deze aanpak, is het interessant enkele conclusies van
recent wetenschappelijk onderzoek te vermelden: voldoende vitamine D voorkomt
voor 60% het optreden van borstkanker bij vrouwen en waarschijnlijk ook
bij andere vormen van kanker. Bovendien vermindert het celproliferatie
van de prostaat, geeft griepinfecties nauwelijks de kans, houdt activering
van multipele sclerose tegen, behoedt bejaarden tegen botbreuken als gevolg
van osteoporose en is van belang voor de bloedcirculatie. Er komen dus
steeds meer bewijzen dat vitamine D alle celprocessen beïnvloedt
door deze op elkaar af te stemmen en dat een tekort de weerstand tegen
externe of interne ziekmakende factoren sterk vermindert. Is dat ook niet
de reden waarom de mens instinctief eigenlijk bij mooi zonnig weer buiten
wil zijn en een vaag gevoel van "tekortgedaan" ervaart als dat
niet mogelijk is?
door Jovenus
Het was zo’n kokend zonnige dag
waarop Zuid-Frankrijk een beetje het patent lijkt te hebben. Het minuscuul
kleine cafeetje aan de boulevard van C. lag net in de schaduwrand van
de straat, maar dat gaf niet echt veel soulaas. De bladerrijke bomen langs
de weg stonden ook voor niks en niemendal een beetje in de zachte bries
te wiegen ; koelte gaven ze niet.
De cafébaas, bang om klanten te verliezen, had voor de rokers buiten
twee kleine tafeltjes met elk twee van die ongemakkelijke houten stoelen
neergezet. Ze pasten precies in de schaduw en bovendien was er nauwelijks
ruimte voor meer meubilair. Er moest per slot van rekening nog wat plaats
overblijven voor passanten, maar dan moesten ze wel ‘maigre comme
un stockfish’ zijn.
Wij zaten buiten, ondanks de uitlaatgassen. We waren geen rokers, maar
binnen was de lucht helemaal niet te harden. Natuurlijk waren er in C.
veel betere etablissementen, maar precies daar kregen we een nauwelijks
te overbruggen dorst. Vermoedelijk kwam hier uit een dicht flesje hetzelfde
vocht als in andere zaakjes en omdat ze voortreffelijk gekoeld bleken,
waren we eigenlijk best tevreden.
Aan het tweede tafeltje zaten twee jeugdige fransmannekes, elk met een
pilsje voor zich. Onder hun tafeltje lag een fiks uit de kluiten gewassen
hond die in zijn voorgeslacht minstens een paar herders moest hebben gehad.
Zoals de meeste door de warmte gevelde viervoeters lag hij volzalig gestrekt,
zich nauwelijks bewust van de wereld om zich heen.
De atmosfeer in het kroegje werd trefzeker verwoord door een dreinerig
klinkende chansonnier die zijn tanden brak op Gershwins summertime. Slechts
heel in de verte kon je er iets negroïds in herkennen en ook het
Engels was bijna niet te volgen. Maar hij deed zijn best in een wereld
die verder alleen maar slaperig en loom was.
Mensen passeerden zonder de rust aan de twee tafeltjes echt te verstoren.
Het leven leek goed, tot er een dame vlak voor onze zitplaatsen kennelijk
van plan leek om precies hier even te wachten om te bezien of ze ook kon
oversteken. De kans
daarop was nog niet groot, want vermoedelijk was er stroomopwaarts net
groen licht gegeven en een schier onafzienbare reeks voertuigen scheurde
langs de
stoeprand.
De vrouw was het voorbeeld bij uitstek van de overigens onbewezen stelling
dat hoe omvangrijker de dame, des te kleiner het hondje. Ze had iets obesiets
over zich, terwijl haar lievelingetje ernstig ondermaats was. Maar het
was wel een keurige dame. Haar kleding was welgekozen en het sjaaltje
om het minuscule nekje van haar oogappeltje paste precies bij de snit
van haar schoeisel.
Het keffertje had tijdens het wachten de schaduw opgezocht van haar enorme
lijf dat als een parasol boven hem uitstak. Ze stond wat op haar hakken
te wiegen en je kon er natuurlijk op wachten. Haar voeten die de vrouwelijke
weelde nauwelijks konden dragen, maakten één faux pas en
ze stapte het kleine keffertje op zijn achterpootje. Hij piepte dat het
daverde. De pseudoherder onder ons aangrenzende tafeltje opende lodderig
een oog, maar was à la minute bij volle bewustzijn.
Woedend blaffend vloog hij overeind, maar kort gehouden door een stevige
riem, overbrugde hij niet veel meer dan een paar decimeters.
Het gebeurde in een flits. Geschrokken gaf de dikke dame een enorme ruk
aan het riempje waar haar lievelingetje aan gebonden was. Het diertje
vloog ongewild een tweetal meters omhoog om aan het eind van zijn hemelvaart
trefzeker te landen in de volle hand van de vrouw aan wie hij zo verknocht
was. Zonder te blikken of te blozen stapte ze de net toen vrijgekomen
rijweg op en met kordate pas bereikte ze snel de overkant, waar ze haar
metgezelletje weer aan de straatstenen toevertrouwde.
Met stomme verbazing hadden we de luchtreis van het stomme dier en zijn
veilige landing bekeken. Een van de jongens was zelfs opgesprongen en
met grote ogen keek hij de dame na. ‘Zo’n mormeltje’,
overpeinsde hij hardop, terwijl hij met zijn vingers de geringe lengte
van het hondje aangaf, ‘zoiets kan niet geboren worden ; dat kan
alleen maar uit een ei komen.’ Nog nagrinnikend zakte hij weer op
zijn stoel. En opnieuw sloeg de warmte genadeloos toe. Het dolce far niente
herstelde zich. Maar duidelijk was dat er soms echt wel iets nieuws onder
de zon is.
door Henri Bik
In 122 voor J.C. komen de Romeinen de Ionische (Griekse) kolonie Massalia
(Marseille), die door Keltische stammen wordt bedreigd, te hulp en wordt
Massalia een Romeinse bondgenoot.
Op initiatief van de Romeinse proconsul Gnaeus Domitius Ahenobarbus
wordt in 118 voor J.C. een heirbaan aangelegd voor legioenen die van
Rome naar het Iberisch schiereiland trekken: de Romeinse Via Domitia,
die in vredestijd gebruikt wordt voor goederenverkeer. In Spanje loopt
de heirbaan verder als Via Augusta. De Via Domitia hielp Rome om zijn
gezag in Iberia te handhaven.
Narbonne is de eerste Romeinse kolonie et elkaar, zeer tot ongenoegen van de vorst van
buiten Italië en is opgezet
om legioensoldaten en kolonisten te huisvesten. Zij krijgen een stuk
land buiten de nederzetting waarop een boerenbedrijf kan worden gevestigd
in de vorm van een villa, zoals die in Loupian opgegraven is. Het belang
van deze stad en omstreken wordt zo groot dat Narbonne hoofdstad wordt
van de Provincia Gallia Narbonensis.
Narbonne vormt tevens een belangrijke handelspost voor de Romeinen.
Producten uit het verre achterland worden via de haven van de stad of
over de weg naar het thuisland of andere streken vervoerd.
Wijn uit Béziers is vooral populair in Rome, maar ook de plaatselijke
olijfolie , glaswerk uit Nîmes, edelmetaal uit Albi en lood van
de bovenloop van de Hérault, koper uit het dal van de Orb en
ook toen al zout uit de kuststreek.et elkaar, zeer tot ongenoegen van de vorst van
Julius Caesar verslaat in 52 voor J.C. een leger van naar schatting
100.000 Galliërs onder bevel van Vercingetorix.. Massalia weigert
in 49 voor J.C. Julius Caesar te steunen in zijn conflict met mede consul
Pompeius, wordt bezet en ontdaan van de omringende gebieden.
Zuid-Frankrijk is daarmee geheel in het Romeinse rijk ingelijfd en de
Gallische bevolking romaniseert. Dat verloopt vloeiend en de Gallische
soldaten in de Romeinse legioenen doen het uitstekend. In Narbonne is
het 7e Romeinse legioen gelegerd en deze streek wordt destijds dan ook
wel Septimanie genoemd.
De Via Domitia verbindt de hele Midi en vormt een belangrijke handelsweg,
die de welvaart bevordert. Tussen de steden wordt deze weg voorzien
van een reeks van herbergen (mansii) op afstanden van de reis van een
dag voor een geladen kar. Voorts wordt de weg gemarkeerd door mijlpalen,
die de afstand naar Narbonne aangaven: bornes milliaires.
|