Beginpagina
Fanf

Link naar de ledensite (alleen voor NVLR-leden)

Verenigingsinformatie

Boeken/Films
Fiscaal/Jur. pag.

Nieuws
In de regio
Links

Neem per e-mail contact op met



Het weer in de Languedoc- Roussillon:

[het weer]


[NVLR]

NieuwsNed

NieuwsNed

NieuwsNed is het magazine van de vereniging dat in een oplage van 400 exemplaren vier keer per jaar verschijnt. In het blad wordt veel aandacht besteed aan ontwikkelingen die van belang zijn voor de landgenoten, die hier permanent dan wel semi-permanent wonen. Daarnaast vindt men er aankondigingen van excursies, verslagen van de jaarlijkse ledenvergadering en veel "human interest"-artikelen. De redactie streeft er naar om zoveel mogelijk leden te betrekken bij de inhoud van het magazine door hen uit te nodigen artikelen aan te leveren. Het omvat 28 pagina's en wordt deels uit de contributiegelden en deels uit de opgenomen advertenties bekostigd. Op verzoek zenden wij graag een nummer ter kennismaking toe.

Een selectie van artikelen uit NieuwsNed nr 63 juli 2010

______________________________________

Le bridge

door Rob van Doorn

De wachtkamer leek wel een ‘brocante’. De ruimte was volgepropt met aftandse fauteuils en bijzettafeltjes. Één van de wanden werd in beslag genomen door een reusachtig leeg aquarium waarin resten van onderwaterflora en -fauna kleefden. De andere wanden waren behangen met borduurwerkjes van religieuze voorstellingen en verbleekte affiches over tandzorg. Ik was de enige
patiënt. Dat is verdacht, dacht ik, ik stap op. Maar een man in een doktersjas kwam de kamer binnen en stelde zich met veel drukte voor als ‘docteur dentiste chirurgien’. Hij duwde mij zachtjes maar beslist naar zijn praktijkruimte. Hier was het net zo’n rommel als in de wachtkamer. In het midden van de kamer was een paar vierkante meter ontruimd en daar stond een tandartsstoel. Ik ging erop zitten om de man in mijn mond te laten kijken. Hij verstelde de stoel in horizontale stand en zo kon ik ook zijn gezicht, dat dertig centimeter boven het mijne zweefde, eens goed bekijken. Dat was niet bepaald een genoegen. Een onverzorgd type! Overal staken haren uit en zijn neus zat vol meeëters.
‘Geluksvogel’, bulderde hij plotseling. Van schrik viel ik bijna uit de stoel.
‘Jean Luc die bij u een ‘bridge’ zou plaatsen, heeft het te druk met de wijnoogst. U heeft geluk dat juist ik hem vervang. In Iran noemden ze me de ayatollah van de ‘bridges’. Dat zegt genoeg, nietwaar!’
‘In Iran?’
‘Ik was daar tandarts maar sinds ik vorige week in Montpellier examen heb gedaan, kunnen ook de Franse burgers van mijn kwaliteiten gebruik maken.’
Waar had ‘monsieur le maire’ me in hemelsnaam naar toe gestuurd?

‘U moet maar eens uw plan met hem bespreken onder een etentje,’ had de mevrouw op de ‘mairie’ gezegd toen ik haar vroeg of ‘monsieur le maire’ mijn aanvraag voor het bouwen van een carport al had bekeken. Zo gezegd, zo gedaan en zo kwam ik met ‘monsieur le maire’ in het plaatselijke restaurant terecht waar ik probeerde om hem bij te houden met het drinken van apéro’s. Dat lukte aardig maar ik raakte wel een beetje mijn concentratie kwijt. Ik prikte wat in een taai uitgevallen stukje vlees en bracht dit naar mijn mond. Waarschijnlijk had ik er onvoldoende in gebeten want opeens zag ik aan mijn vork het stukje vlees met daaraan mijn plaatje. Dat plaatje, waaraan één tand zat, was een paar jaar geleden in mijn mond geplaatst nadat mijn voortand door een val was afgebroken. Ik schaamde me dood, keek naar ‘monsieur le maire’ maar die scheen niets te merken, dus bracht ik met grote snelheid de vork naar mijn mond om het plaatje er weer in te schuiven. Klaar is Kees, dacht ik. ‘Monsieur le maire’ keek me vriendelijk aan en vroeg of die carport wel echt nodig was. ‘Absoluut’, wilde ik zeggen maar er kwam geen geluid uit mijn mond. Herseninfarct? Keelkanker? Niets van dat alles, ik had het plaatje achterstevoren in mijn mond geschoven en die ene tand in mijn keel maakte mij het praten onmogelijk. ‘Monsieur le maire’ moest er wel om lachen en raadde mij aan door Jean Luc een ‘bridge’ te laten plaatsen. Behalve wijnboer was Jean Luc, volgens ‘monsieur le maire’, de beste tandarts van de streek.

‘Ik moet twee tanden devitaliseren,’ zei de ayatollah. ‘U krijgt een prikje dan voelt u niets.’
Even later begon hij te boren. Ik voelde geen pijn maar het was net of hij met een betonhamer in mijn mond te keer ging. Toen de telefoon rinkelde, nam hij met één hand de hoorn op en noteerde een afspraak terwijl hij met de andere hand gewoon doorging met boren. Gelukkig ben ik niet de enige patiënt, dacht ik nog. Toen schoot de boor uit en priemde door mijn tong. Ik gilde het uit.
‘U heeft wel een heel kleine mond’, klonk het verwijtend. Weer ging de telefoon die hij met één hand opnam terwijl hij met de andere verder devitaliseerde. Ook ditmaal schoot de boor uit en trok een voor aan de binnenkant van mijn wang.
‘Auuuuu’, schreeuwde ik in het Nederlands.
‘Stelt u zich niet zo aan,’ commandeerde de ayatollah. ‘U ruikt trouwens vreselijk uit uw mond.’
Dat kan niet, dacht ik. Voordat ik naar mijn tandartsafspraak ging, had ik uitgebreid geflost, minutenlang gepoetst en daarna nog intensief met mondwater gespoeld. Maar had ik die middag niet aioli op mijn gebakken visje gedaan? Misschien zijn Iranezen overgevoelig voor knoflook. Plotseling stopte hij met boren en vanuit mijn ooghoeken zag ik hem ergens tussen de rommel een roestvrijstalen stang met een grote haak pakken waarmee hij op me afkwam. Van schrik begon ik te hyperventileren.
‘Maar dddokter …wwat gaat u doen?’
Voordat ik in het zwarte gat van een flauwte viel, hoorde ik hem vanuit de verte nog antwoorden:
‘Ik zet het raam open.’

Om een lang verhaal kort te maken: de ‘bridge’ is er gekomen en zit perfect. De vergunning voor de carport is er nog steeds niet.

‘Romeo en Julia’ is van alle tijden

Door Adrien Vos
Eind juli en begin augustus trekken weer veel NVLR-leden naar het idyllische plaatsje Mosset in de Pyrenées-Orientales om een opvoering van Opera Mosset bij te wonen. Dit gezelschap onder leiding van de Nederlander Albert Heydens slaagt er elke twee jaar in om een spektaculaire opera op te voeren op het binnenplein van de plaatselijke kasteelruïne. Dit jaar wordt dat een bewerking van Charles Gounod’s Roméo et Juliette, dat op zijn beurt een muzikale adaptatie is van het beroemde toneelstuk Romeo en Julia van Shakespeare.
Shakespeares voornaamste bron voor het verhaal was The Tragicall Historye of Romeus and Juliet (1562)', een lang verhalend gedicht van de Engelse dichter Arthur Brooke. Deze had zijn materiaal ontleend uit een Franse vertaling van een verhaal van de Italiaan Matteo Bandello. De vroegst bekende versie van het Romeo en Julia-verhaal is die van Masuccio Salernitano's Mariotto en Gianozza in zijn in 1476 gepubliceerde 'Il Novellino'. Salernitano situeert het verhaal in Siena en beweert zelfs dat het zich tijdens zijn eigen leven afspeelde. In zijn versie is er sprake van een geheim huwelijk, een samenzwerende pater en een rel waarbij een vooraanstaand burger wordt gedood. Mariotto's verbanning komt erin voor en ook Gianozza's gedwongen huwelijk, het plot met het vergif en de cruciale boodschap die de verliefde jongeling niet bereikt. In deze versie wordt Mariotto gevangengenomen en onthoofd en Gianozza sterft van verdriet.

Romeo en Julia verhaalt over Romeo Montague en Julia Capulet. De twee jongelui worden verliefd op elkaar, maar zij zijn kinderen van twee rivaliserende adellijke families in Verona, Italië. Af en toe raken die families slaags met elkaar, zeer tot ongenoegen van de vorst van Verona, die beide heeft gewaarschuwd dat het maar eens afgelopen moet zijn. Het slot van het verhaal is dat de families zich inderdaad verzoenen, maar pas nadat de jarenlange vete opnieuw slachtoffers heeft geëist. Daaronder ook het jonge paar, dat in het geheim was getrouwd.

Het toneelstuk van William Shakespeare kent naast talrijke bewerkingen voor het theater ook al een veertigtal adaptaties op het witte doek. Een beroemde versie is de musical West Side Story van Leonard Bernstein. Ook is Romeo en Julia de basis geweest voor een groot aantal balletten en opera’s.

De filmversie van Irving Thalberg uit 1936 was bijzonder. Hij won er geen Oscars mee, maar hij werd genomineerd in vier categorieën: voor beste film – Irving Thalberg, producer, beste acteur in bijrol, Basil Rathbone, beste actrice, Norma Shearer als Julia, en beste regie.

Ook Franco Zeffirelli regisseerde Romeo en Julia. Zijn film uit 1968 werd in Italië opgenomen met Olivia Hussey als Julia. Deze versie won Oscars voor beste Cinematografie en beste kostuumontwerpen. Zeffirelli kreeg zelf een Oscarnominatie voor beste regisseur.

Leonardo DiCaprio en Claire Danes speelden het jonge liefdespaar in een regiebewerking van Baz Luhrmann uit 1996. Luhrmann gaf het beroemde verhaal een moderne setting. Deze film wordt door de liefhebbers geprezen om het prachtige verhaal, de mooie kostuums, de goede muziek en het mooie liefdesdrama. Dat leverde slechts één Oscarnominatie op voor beste Art-Direction-set decoratie.
In Nederland bewerkte Theo van Gogh het verhaal in 2001 voor de televisieserie Najib en Julia, over een Marokkaanse pizzakoerier en een Haags hockeymeisje.
De Amerikaanse filmregiseur Gary Wininck produceerde de film Letters to Juliet die 17 juni jl. in première ging.

Het toneelstuk heeft ook verschillende componisten geïnspireerd: Een heel bekende compositie met Romeo en Julia als onderwerpkeuze is het ballet van de hand van Sergej Prokofjef. Hij schreef ook nog eens drie orkestsuites en een pianowerk op basis van deze muziek.

Prokofjef’s landgenoot Peter Iljitsj Tsjaikovski componeerde een fantasie-ouverture omtrent het thema. Behalve Gounod, die zijn opera-versie in 1867 schreef voor zijn vriend Carvalho en diens Théâtre Lyrique, componeerde Vincenzo Bellini een opera gebaseerd op Shakespeares drama, getiteld I Capuleti e i Montecchi. Ook bekend is de symfonie van Hector Berlioz. De Rus Dmitri Borisovich Kabalevsky schreef nog in 1956 toneelmuziek voor Romeo en Julia (opus 56) en de befaamde componist voor filmmuziek Nino Rota schreef de prachtige muziek bij Zeffirelli’s film. De Franse componist Gérard Presgurvic verwerkte het verhaal in de vorm van een musical genaamd Roméo et Juliette, de la Haine à l’Amour. Deze versie is ook in het Nederlands vertaald en kwam in Vlaanderen en Nederland in de zalen als Romeo en Julia, van Haat tot Liefde.. De musical werd geproduceerd door de Music Hall Group. Het lied De Koningen, gezongen door Davy Gilles, Mark Tijsmans en Dieter Verhaegen, stond wekenlang nummer 1 in de Vlaamse top 10.

Dus ook in de popmuziek komt het thema regelmatig terug: Bernsteins West Side Story was lange tijd de beste verkochte musical elpee. De rockband Radiohead scoorde hoog met het nummer Exit music (for a film)(gebruikt tijdens de aftiteling van Luhrmanns film). De Britse band Dire Straits maakte een nummer Romeo and Juliet, te vinden in het album Making Movies. Deze versie is later gecoverd door de Amerikaanse band The Killers en is te horen op het album Sawdust. Elvis Costello vertolkt het thema (in the Juliet Letters) samen met het beroemde Brodsky Quartet in 1993. De Amerikaanse country-zangeres Taylor Swift heeft een liedje gemaakt, genaamd "Love Story", met als onderwerp het verhaal van Romeo en Julia.

Gounods versie
De opera Roméo et Juliette van Gounod houdt zich dichtbij de tekst en het plot van Shakespeare. De eerste opvoering vond plaats op 27 april 1867, maar pas in 1888 werd de opera voor het eerst in de Opéra van Parijs opgevoerd. Het werd een luisterrijke première en ook daarna bleef de opera populair in Frankrijk en Amerika. Daarbuiten raakte hij gaandeweg in de vergetelheid ondanks zijn grote melodische rijkdom. Het is feitelijk een groot liefdesduet met interrupties.
De bewerking in Mosset zal het plot weliswaar volgen, maar in de uitvoering vindt het gebeuren in de huidige tijd plaats en niet meer in het Verona van de 15e eeuw. Daarvan getuigen onder anderen de kostuums die hier zijn afgebeeld. Zij zijn ontworpen door de Nederlander Jan Steen, die ook voor het decor tekende. Regisseur Albert Heydens’doel is dan ook om populaire opera’s te gebruiken om ze toegankelijk te maken voor het grote publiek. In zijn vorige producties, zoals Die Zauberflöte, Sacrée Carmen en À propos du Barbier de Séville slaagde hij daar volledig in.

NB: Voor dit artikel zijn vrijelijk gegevens overgenomen uit o.a. Wikipedia, Elseviers Groot Operaboek (1966) en andere bronnen, A.V.


Opera Romeo en Julia in Mosset 24, 26, 27, 29, 30, 31 juli en 2, 3, 4 augustus (P.O.). Voor informatie en reserveringen zie website: www.operamosset.eu

Recente nummers van NieuwsNed

 

nr 62 april 2010

 

nr 61 januari 2010

 

nr 60 september 2009

 

nr 59 juli 2009

 

nr 58 april 2009

 

nr 57 januari 2009

 

nr 56 oktober 2008

 

nr 55 juli 2008

 

nr 54 april 2008

 

nr 53 - januari 2008

 

nr 52 - september 2007

 

Laatste NieuwsNed - nr 63 juli 2010

 
Zon en Vitamine D

door Ubbo Stheeman
Begin vorige eeuw werd bekend dat vitamine D, gevormd door de huid onder invloed van zonlicht, nodig was voor de botaanmaak. Een tekort bleek de oorzaak van rachitis bij kinderen en osteoporose bij volwassenen. En daar bleef het bij. Een aantal jaren geleden kreeg men echter het vermoeden dat vitamine D ook iets te maken zou kunnen hebben met het optreden van virusinfecties tijdens de winter. Het bleek inderdaad het geval en naar mate het onderzoek vorderde werd er nog veel meer ontdekt. Nu kan men stellen dat vitamine D de communicatie tussen alle lichaamscellen verzorgt, zodat niet alleen de botaanmaak ervan afhankelijk is, maar dat ook alle andere celprocessen niet meer optimaal verlopen bij een tekort. Inmiddels is wel duidelijk geworden dat deze vitamine voldoende in het lichaam aanwezig moet zijn om te beschermen tegen vele aandoeningen namelijk: infectieziekten, autoimmuunziekten, hartproblemen en kwaadaardige celvermeerdering. Bij systematisch bloedonderzoek van de bevolking, vooral in landen met een gematigd klimaat, heeft men geconstateerd dat het vitamine D gehalte in de zomer acceptabel is, maar in de winter alarmerend laag wordt. De reden daarvoor is dat de reserve in de zomer verkregen bij voldoende opgevangen zonlicht zeer snel is verbruikt zodra de herfst is ingetreden. Er is zoveel gewaarschuwd tegen zonnebaden ter voorkoming van huidkanker en, nog erger, het melanoom, dat men de zon schuwt of zich tevoren invet, wat de vorming van vitamine D blokkeert. Het is vastgesteld dat een zonnebad midden overdag niet langer dan 15 tot 20 minuten voor tenminste de helft ontbloot een aanzienlijke hoeveelheid vitamine D (van ongeveer 10.000 I.E.) vormt zonder enig risico wat betreft huidbeschadiging. Te lang in de zon verblijven doet de huid pigment vormen (het modieuze bruinworden) dat op zijn beurt de vorming van vitamine D tegenhoudt en dus in dit kader gezien zinloos, zo niet gevaarlijk, is. Omdat in zelfs de meest gevarieerde voeding deze vitamine nauwelijks voorkomt, doet men er goed aan in zonarme perioden als voorzorg een surplus in te nemen. Op grond van recente onderzoeken adviseren 40 wetenschappers, die zich met dit onderwerp intensief bezig houden, tenminste 1000 I.E. vitamine D vanaf de herfst tot aan de lente dagelijks te gebruiken. Dit advies is zelfs officiëel overgenomen door het Canadese ministerie van volksgezondheid. De leden van de NVLR, wonend in de meest zonnige streek van Frankrijk, zouden kunnen denken dat een dergelijk advies niet voor hen geldt. Dit is zeker niet het geval, want wil vitamine D zijn beschermende werking uitoefenen dan dient een constante en optimale hoeveelheid in het lichaam aanwezig te zijn. Als deze in de zomer hoog is en vervolgens bij het intreden van de herfst snel te laag wordt, mist men maanden lang het positieve effect, met alle gevolgen
vandien. Momenteel heeft men de keus tussen twee methoden om te zorgen voor een voldoende opname van deze belangrijke vitamine. De eerste, statistisch berekend en dus van algemene aard, is vanaf de herfst tot en met de lente uit voorzorg extra vitamine D in te nemen in een dosering van 1000 tot 2000 I.E. per dag. De tweede maakt het mogelijk dat men veel nauwkeuriger kan nagaan of iemand tekort komt en in welke mate. Men dient daartoe de huisarts te vragen een bepaling te laten doen van het gehalte in het bloed, in het laboratorium bekend onder de naam 25(OH)D, zodat op geleide van de verkregen waarde de dosis zonodig kan worden bijgesteld. In de praktijk blijkt het namelijk nogal eens voor te komen dat de optimale waarde, liggend tussen 75 en 150 nmol/L (30 en 60 ng/ml)l, niet wordt bereikt, hoewel men de eerste methode consequent heeft toegepast Het is aangetoond dat men pas bij het genoemde gehalte werkelijk profijt heeft van de beschermende werking tegen onvoldoende of verkeerde reacties van het immuunsysteem. De enige vorm van vitamine D die goed wordt geresorbeerd en geen bijeffecten heeft is D3, cholecalciferol genaamd. In Frankrijk kan men een product bij de apotheek verkrijgen onder de naam "Zymad", 10.000 U.I./ml. druppelflacon van 10 ml.(Novartis). Totaal in de flacon aanwezig: 333 druppels, dus 1 druppel is ongeveer 300 I.E. Als men nog zou twijfelen aan het nut van deze aanpak, is het interessant enkele conclusies van recent wetenschappelijk onderzoek te vermelden: voldoende vitamine D voorkomt voor 60% het optreden van borstkanker bij vrouwen en waarschijnlijk ook bij andere vormen van kanker. Bovendien vermindert het celproliferatie van de prostaat, geeft griepinfecties nauwelijks de kans, houdt activering van multipele sclerose tegen, behoedt bejaarden tegen botbreuken als gevolg van osteoporose en is van belang voor de bloedcirculatie. Er komen dus steeds meer bewijzen dat vitamine D alle celprocessen beïnvloedt door deze op elkaar af te stemmen en dat een tekort de weerstand tegen externe of interne ziekmakende factoren sterk vermindert. Is dat ook niet de reden waarom de mens instinctief eigenlijk bij mooi zonnig weer buiten wil zijn en een vaag gevoel van "tekortgedaan" ervaart als dat niet mogelijk is?

Le coq craquelé - Hondwerpen

door Jovenus
Het was zo’n kokend zonnige dag
waarop Zuid-Frankrijk een beetje het patent lijkt te hebben. Het minuscuul kleine cafeetje aan de boulevard van C. lag net in de schaduwrand van de straat, maar dat gaf niet echt veel soulaas. De bladerrijke bomen langs de weg stonden ook voor niks en niemendal een beetje in de zachte bries te wiegen ; koelte gaven ze niet.
De cafébaas, bang om klanten te verliezen, had voor de rokers buiten twee kleine tafeltjes met elk twee van die ongemakkelijke houten stoelen neergezet. Ze pasten precies in de schaduw en bovendien was er nauwelijks ruimte voor meer meubilair. Er moest per slot van rekening nog wat plaats overblijven voor passanten, maar dan moesten ze wel ‘maigre comme un stockfish’ zijn.
Wij zaten buiten, ondanks de uitlaatgassen. We waren geen rokers, maar binnen was de lucht helemaal niet te harden. Natuurlijk waren er in C. veel betere etablissementen, maar precies daar kregen we een nauwelijks te overbruggen dorst. Vermoedelijk kwam hier uit een dicht flesje hetzelfde vocht als in andere zaakjes en omdat ze voortreffelijk gekoeld bleken, waren we eigenlijk best tevreden.
Aan het tweede tafeltje zaten twee jeugdige fransmannekes, elk met een pilsje voor zich. Onder hun tafeltje lag een fiks uit de kluiten gewassen hond die in zijn voorgeslacht minstens een paar herders moest hebben gehad. Zoals de meeste door de warmte gevelde viervoeters lag hij volzalig gestrekt, zich nauwelijks bewust van de wereld om zich heen.
De atmosfeer in het kroegje werd trefzeker verwoord door een dreinerig klinkende chansonnier die zijn tanden brak op Gershwins summertime. Slechts heel in de verte kon je er iets negroïds in herkennen en ook het Engels was bijna niet te volgen. Maar hij deed zijn best in een wereld die verder alleen maar slaperig en loom was.
Mensen passeerden zonder de rust aan de twee tafeltjes echt te verstoren. Het leven leek goed, tot er een dame vlak voor onze zitplaatsen kennelijk van plan leek om precies hier even te wachten om te bezien of ze ook kon oversteken. De kans
daarop was nog niet groot, want vermoedelijk was er stroomopwaarts net groen licht gegeven en een schier onafzienbare reeks voertuigen scheurde langs de
stoeprand.
De vrouw was het voorbeeld bij uitstek van de overigens onbewezen stelling dat hoe omvangrijker de dame, des te kleiner het hondje. Ze had iets obesiets over zich, terwijl haar lievelingetje ernstig ondermaats was. Maar het was wel een keurige dame. Haar kleding was welgekozen en het sjaaltje om het minuscule nekje van haar oogappeltje paste precies bij de snit van haar schoeisel.
Het keffertje had tijdens het wachten de schaduw opgezocht van haar enorme lijf dat als een parasol boven hem uitstak. Ze stond wat op haar hakken te wiegen en je kon er natuurlijk op wachten. Haar voeten die de vrouwelijke weelde nauwelijks konden dragen, maakten één faux pas en ze stapte het kleine keffertje op zijn achterpootje. Hij piepte dat het daverde. De pseudoherder onder ons aangrenzende tafeltje opende lodderig een oog, maar was à la minute bij volle bewustzijn.
Woedend blaffend vloog hij overeind, maar kort gehouden door een stevige riem, overbrugde hij niet veel meer dan een paar decimeters.
Het gebeurde in een flits. Geschrokken gaf de dikke dame een enorme ruk aan het riempje waar haar lievelingetje aan gebonden was. Het diertje vloog ongewild een tweetal meters omhoog om aan het eind van zijn hemelvaart trefzeker te landen in de volle hand van de vrouw aan wie hij zo verknocht was. Zonder te blikken of te blozen stapte ze de net toen vrijgekomen rijweg op en met kordate pas bereikte ze snel de overkant, waar ze haar metgezelletje weer aan de straatstenen toevertrouwde.
Met stomme verbazing hadden we de luchtreis van het stomme dier en zijn veilige landing bekeken. Een van de jongens was zelfs opgesprongen en met grote ogen keek hij de dame na. ‘Zo’n mormeltje’, overpeinsde hij hardop, terwijl hij met zijn vingers de geringe lengte van het hondje aangaf, ‘zoiets kan niet geboren worden ; dat kan alleen maar uit een ei komen.’ Nog nagrinnikend zakte hij weer op zijn stoel. En opnieuw sloeg de warmte genadeloos toe. Het dolce far niente herstelde zich. Maar duidelijk was dat er soms echt wel iets nieuws onder de zon is.

Romeinen in de Languedoc

door Henri Bik
In 122 voor J.C. komen de Romeinen de Ionische (Griekse) kolonie Massalia (Marseille), die door Keltische stammen wordt bedreigd, te hulp en wordt Massalia een Romeinse bondgenoot.
Op initiatief van de Romeinse proconsul Gnaeus Domitius Ahenobarbus wordt in 118 voor J.C. een heirbaan aangelegd voor legioenen die van Rome naar het Iberisch schiereiland trekken: de Romeinse Via Domitia, die in vredestijd gebruikt wordt voor goederenverkeer. In Spanje loopt de heirbaan verder als Via Augusta. De Via Domitia hielp Rome om zijn gezag in Iberia te handhaven.

Narbonne is de eerste Romeinse kolonie et elkaar, zeer tot ongenoegen van de vorst van buiten Italië en is opgezet om legioensoldaten en kolonisten te huisvesten. Zij krijgen een stuk land buiten de nederzetting waarop een boerenbedrijf kan worden gevestigd in de vorm van een villa, zoals die in Loupian opgegraven is. Het belang van deze stad en omstreken wordt zo groot dat Narbonne hoofdstad wordt van de Provincia Gallia Narbonensis.

Narbonne vormt tevens een belangrijke handelspost voor de Romeinen. Producten uit het verre achterland worden via de haven van de stad of over de weg naar het thuisland of andere streken vervoerd.
Wijn uit Béziers is vooral populair in Rome, maar ook de plaatselijke olijfolie , glaswerk uit Nîmes, edelmetaal uit Albi en lood van de bovenloop van de Hérault, koper uit het dal van de Orb en ook toen al zout uit de kuststreek.et elkaar, zeer tot ongenoegen van de vorst van

Julius Caesar verslaat in 52 voor J.C. een leger van naar schatting 100.000 Galliërs onder bevel van Vercingetorix.. Massalia weigert in 49 voor J.C. Julius Caesar te steunen in zijn conflict met mede consul Pompeius, wordt bezet en ontdaan van de omringende gebieden.

Zuid-Frankrijk is daarmee geheel in het Romeinse rijk ingelijfd en de Gallische bevolking romaniseert. Dat verloopt vloeiend en de Gallische soldaten in de Romeinse legioenen doen het uitstekend. In Narbonne is het 7e Romeinse legioen gelegerd en deze streek wordt destijds dan ook wel Septimanie genoemd.

De Via Domitia verbindt de hele Midi en vormt een belangrijke handelsweg, die de welvaart bevordert. Tussen de steden wordt deze weg voorzien van een reeks van herbergen (mansii) op afstanden van de reis van een dag voor een geladen kar. Voorts wordt de weg gemarkeerd door mijlpalen, die de afstand naar Narbonne aangaven: bornes milliaires.